Naar hoofdinhoud
1.. Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel op een andere wijze de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter van de raad tot de orde geroepen. 2.. Indien de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter van de raad voorstellen gedurende de vergadering, het lid over het aanhangige onderwerp het woord te ontzeggen. 3.. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door haar te bepalen tijd schorsen en – indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering sluiten.

Rechtspraak bij dit artikel