Het bestuur wordt door middel van tussentijdse rapportages geïnformeerd over de realisatie van de begroting gedurende het lopende boekjaar.
De rapportage gaat in op afwijkingen ten aanzien van de baten en de lasten en de kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen. Indien daar aanleiding voor is gaat de rapportage ook in op de maatschappelijke effecten en politiek relevante onderwerpen. Daarnaast wordt ingegaan op de raming en realisatie van de investeringskredieten.
In de tussenrapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten en investeringskredieten in de begroting groter dan € 25.000 toegelicht.
Overheveling van incidentele budgetten geschiedt zo minimaal mogelijk en slechts één keer.
Artikel 5.