Degene die buiten een inrichting de zorg heeft voor een dier, voorkomt dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder veroorzaakt. Wanneer geluidhinder wordt ervaren moet degene die hinder ervaart bijhouden wanneer, hoelang en in welke vorm de hinder plaatsvindt. Het is vervolgens ter beoordeling van het college of er sprake is van ongeoorloofde, onrechtmatige geluidshinder. Of de hinder onrechtmatig is hangt af van de aard, ernst, duur en de omvang van de hinder en de daardoor veroorzaakte ‘schade’.