Metingen worden verricht op het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) over een periode van 1 tot 30 minuten, met een maximaal geluidniveau (piek, LAmax). Metingen worden in principe uitgevoerd op de gevel van de dichtstbijzijnde geluidsgevoelige objecten, op 1,5 meter meethoogte. Als er binnen een afstand van 50 meter van een geluid producerende voorziening (openlucht) geen geluidsgevoelige objecten zijn gesitueerd dan worden de metingen verricht op een afstand van 50 meter. De metingen moeten uitgevoerd worden conform de “Handleiding meten en rekenen industrielawaai”. Bij de beoordeling wordt geen strafcorrectie voor muziekgeluid, bedrijfsduurcorrectie en meteocorrectie toegepast. Voor de beoordeling van de in de diverse artikelen van deze beleidsregel opgenomen geluidniveaus wordt aangesloten bij deze wijze van meten.