Het Twents ondersteuningsmodel is een toeleidingsmodel dat dient te voorzien in gewenst zorgaanbod gebaseerd op de Jeugdwet en de Wmo 2015. Het model stelt de inwoner centraal en er kan integraal maatwerk geboden worden. Het Twents ondersteuningsmodel is zo ontworpen dat het aansluit op lokale verschillen en mee kan bewegen met lokale, regionale en landelijke ontwikkelingen. In het model is het niet de gemeente of de verwijzer die bepaalt hoe er aan een oplossing moet worden gewerkt, maar de aanbieder in dialoog met de inwoner. De gemeente of verwijzer bepaalt in gesprek met de inwoner wat (welk resultaat) er behaald moet worden. De aanbieder krijgt een budget om de inwoner zodanig te ondersteunen dat dit resultaat daadwerkelijk kan worden behaald. In het Twents ondersteuningsmodel is keuzevrijheid voor inwoners en daarmee ook diversiteit van aanbieders gegarandeerd. Binnen deze beleidsregels wordt met het begrip inwoner de jeugdigen of diens ouders bedoeld, die volgens het woonplaatsbeginsel onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Losser vallen.
Vier ondersteuningsbehoeften
Er zijn vier ondersteuningsbehoeften met daaraan gekoppeld minimaal drie en maximaal vijf niveaus (§5.3). Het niveau is gebaseerd op kenmerken van de jeugdige en/of gezinssysteem (sociaal netwerk).
Daarnaast zijn er drie modules (zie §5.6 t/m §5.8) en beschikbaarheidsvoorzieningen (zie §5.9). Bij noodzakelijke inzet van een individuele voorziening wordt op basis van de resultaten tot een combinatie van ondersteuningsbehoefte(n), niveaus en modules gekomen. Het is mogelijk meerdere resultaten met de inzet van één ondersteuningsbehoefte of module te realiseren. Het is ook mogelijk dat meerdere ondersteuningsbehoeften of modules bijdragen aan één resultaat.
Hoofdstuk 1.
Artikel 5.2