Naar hoofdinhoud
Er kunnen zich bij het beoordelen van een pgb mogelijk conflicterende belangen voordoen. Om belangenverstrengeling bij inzet van een pgb te voorkomen, kan degene die de jeugdige en/of zijn ouder(s) bij het uitoefenen van de aan een pgb verbonden taken ondersteund niet tegelijkertijd ook degene zijn die de jeugdhulp verleent. Indien er vanuit het verleden onverhoopt toch sprake is van jeugdhulp door een persoon die behoort tot het sociaal netwerk en die persoon is tevens de vertegenwoordiger van de jeugdige en/of zijn ouder(s) bij het uitoefenen van de aan een pgb verbonden taken, zal nadrukkelijk worden onderzocht of er geen sprake is van belangenverstrengeling. Het pgb is immers geen inkomensondersteuning (RBROT:2018:689), maar is er op gericht de jeugdige in staat te stellen gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau.

Rechtspraak bij dit artikel