In artikel 8.1.1 van de wet worden drie wettelijke voorwaarden gesteld voor het verstrekken van een pgb; de bekwaamheid van de aanvrager, de motivatie van de keuze voor een pgb en het waarborgen van de kwaliteit van de dienstverlening. Het college toetst of aan de drie wettelijke voorwaarden is voldaan.
Bekwaamheid van de aanvrager
Allereerst wordt van de aanvrager verwacht dat deze zelfstandig een redelijke waardering kan maken van zijn belangen ten aanzien van de zorgvraag. Het college vraagt om duidelijk te maken wat de hulpvraag is, hoe deze is ontstaan en welke resultaten met de ondersteuning wordt beoogd.
Daarnaast wordt van de aanvrager verwacht dat deze de aan het pgb verbonden taken op een verantwoorde wijze kan uitvoeren. Bij deze taken kan gedacht worden aan het kiezen van een zorgverlener die in de zorgvraag voldoet, het aangaan van een contract, het in de praktijk aansturen van de zorgverlener, afspraken maken en het bijhouden van een juiste administratie. De aanvrager dient immers ook een zorgovereenkomst te overleggen met de SVB, voordat de SVB tot betalingen over kan gaan naar de zorgverleners. De bekwaamheid voor het hebben van een pgb wordt in samenspraak met de aanvrager getoetst. Het oordeel van het college is hierin leidend.
De aanvrager wordt niet bekwaam bevonden als:
De aanvrager als gevolg van dementie, een verstandelijke beperking, niet aangeboren hersenletsel of ernstige psychische problemen onvoldoende inzicht heeft in de eigen situatie;
Er eerder misbruik is gemaakt van pgb;
Er eerder sprake is geweest van fraude;
Er sprake is van overbelasting van de ouder(s) die zelf de zorg voor het kind uitvoert.
Deze opsomming is niet limitatief. Er kunnen andere situaties denkbaar zijn waarin het verstrekken van een pgb niet gewenst is. In deze situaties kan een pgb geweigerd worden. Het kan wel zo zijn dat de aanvrager zelf niet of onvoldoende bekwaam is, maar er personen in zijn omgeving zijn die hem of haar dusdanig kunnen helpen en bijstaan dat er toch een pgb verstrekt kan worden.
De onderbouwing van de afwijzing wordt in de beschikking vermeld.
Motivatie keuze pgb
Het college vraagt de aanvrager om een persoonlijk plan te maken waaruit de motivatie blijkt. In het plan moet duidelijk worden aangetoond dat de verstrekking van een pgb aantoonbaar leidt tot betere en effectievere ondersteuning. Een individuele voorziening in de vorm van een pgb wordt alleen verstrekt indien de aanvrager dit gemotiveerd, aan de hand van een opgesteld plan vraagt conform het door het college opgestelde format.
Dit persoonlijk plan wordt gekoppeld aan het ondersteuningsplan dat samen met de consulent wordt gemaakt. Hierin wordt inzichtelijk gemaakt waar de jeugdige en/of zijn ouders de ondersteuning zal inkopen, op welke manier deze ondersteuning bijdraagt aan zijn participatie en zelfredzaamheid, en hoe de veiligheid, doeltreffendheid en cliëntgerichtheid van de ondersteuning is gewaarborgd. Na ‘akkoord’ op het ondersteunings- en persoonlijk plan wordt een beschikking inclusief een pgb afgegeven.
Door het opstellen van een persoonlijk plan wordt de jeugdige en/of zijn ouders gestimuleerd na te denken over de zorgvraag, deze uit te werken, te concretiseren en tevens het doelbereik en daarmee de kwaliteit van de zorg te evalueren.
Met deze argumentatie moet duidelijk worden dat de aanvrager zich voldoende heeft georiënteerd op de individuele voorziening in natura. Wanneer de aanvrager de onderbouwing in redelijkheid heeft beargumenteerd, mag het college de aanvraag niet weigeren. Het geeft het college wel de nodige informatie waarom inwoners voor het pgb kiezen, of dit samenhangt met de gecontracteerde ondersteuning en of het nodig is op de kwaliteit, flexibiliteit of cliëntgerichtheid van de gecontracteerde ondersteuning te sturen. Niet het oordeel van het college is leidend, maar het oordeel van de aanvrager. Dit geldt ook wanneer het college in haar ogen een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod in natura heeft gedaan aan de jeugdige en/of zijn ouders. In deze gevallen kan het college het pgb omwille van de motivering niet weigeren.
Kwaliteit van de dienstverlening
In zijn algemeenheid geldt dat de kwaliteit van de jeugdhulp in ieder geval veilig, doeltreffend en cliëntgericht is.
De jeugdhulp die men inkoopt met een pgb bij professionele jeugdhulpaanbieders moet voldoen aan dezelfde kwaliteitseisen die worden genoemd in hoofdstuk 4 van de Jeugdwet, in het Besluit Jeugdwet en de genoemde kwaliteitseisen behorend bij het Twents ondersteuningsmodel voor jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning (zorg in natura).
Bij de inkoop van jeugdhulp met pgb bij niet professionele personen die tot het sociaal netwerk behoren draagt de budgethouder de verantwoordelijkheid voor het bewaken van de kwaliteit van de jeugdhulp. Het college stelt als minimale eis aan degene uit het netwerk die de zorg verleent dat:
De zorgovereenkomst moet zijn afgestemd op het plan van aanpak dat de consulent met de budgethouder heeft opgesteld. Dit moet leiden tot de daarin afgesproken resultaten.
Degene uit het sociaal netwerkt bij zijn werkzaamheden de zorg van een goede hulpverlener in acht neemt en handelt in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid.
Degene uit het sociaal netwerk die de zorg verleent in het bezit van verklaring omtrent het gedrag (VOG) is, als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (WJG) van personen, die in hun opdracht beroepsmatig of niet incidenteel als vrijwilliger in contact kunnen komen met jeugdigen of ouders. Een dergelijke verklaring is niet eerder afgegeven dan 12 maanden voor het tijdstip dat de zorg geleverd wordt. Dit geldt niet bij een herindicatie. Ook voor ouders van de jeugdige, pleegouders en SKJ/ BIG- geregistreerde professionals geldt dat zij geen VOG hoeven te overleggen. Pleegouders hebben eenzelfde status als ouders. Geregistreerde professionals moeten voor het uitoefenen van hun werkzaamheden al een VOG aanleveren. De consulent toetst periodiek de voortgang en de mate waarin de resultaten worden bereikt.
Naast de verantwoording over het bestede bedrag aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB), vraagt het college de budgethouders om bij herwaardering/evaluatie van het ondersteuningsplan ook aan te geven wat de behaalde resultaten zijn en de daaraan verbonden voorwaarden. Een belangrijke voorwaarde hierbij is het voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen behorende bij de ingekochte ondersteuning.
Hoofdstuk 1.
Artikel 6.5