Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.2

Wettelijke grondslag

Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerde 2021 (deel 1)

De Jeugdwet en de Wet maatschappelijk ondersteuning 2015 (1) (in artikel 2.9 van de Jeugdwet en artikel 2.1.3 van de Wmo 2015), (hierna: Wmo) geven gemeenten de opdracht om in een verordening wettelijke keuzes en werkwijzen vast te leggen. De gemeente Heerde heeft dit gedaan in de Verordening Jeugdhulpen Maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerde 2020 (hierna: de verordening). Deze nadere regels zijn een uitwerking van die verordening. Vanaf 2018 wordt er in Heerde gewerkt met een integrale verordening voor jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. Deze lijn wordt voortgezet. Tegelijkertijd is er meer samenwerking tussen jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. Eind 2018 is de immateriële zorg voor jeugd en maatschappelijke ondersteuning gezamenlijk ingekocht. Dit opende de weg naar één, zo veel als mogelijk, integraal document voor de nadere regels. Daarbij gaan wij uit van de volgende integrale uitgangspunten voor zowel de Jeugdwet als de Wmo: het stimuleren van de eigen verantwoordelijkheid; het versterken van de zelfredzaamheid; het bieden van mogelijkheden aan inwoners, en; het bieden van passende zorg en ondersteuning aan inwoners die dat nodig hebben. De Jeugdwet en de Wmo overlappen elkaar in die zin dat groepen inwoners en huishoudens vaak tegelijkertijd gebruik maken van hulp en/of ondersteuning uit zowel de Jeugdwet als de Wmo. Het komt ook voor dat inwoners in de loop van hun leven doorstromen van ondersteuning op grond van de Jeugdwet naar Wmo en/of ondersteuning binnen Maatschappelijke Opvang of Beschermd Wonen (hierna: MO/BW). Door het integraal maken van de nadere regels wordt de uitvoeringspraktijk geholpen om zoveel als mogelijk, een eenduidige manier van werken conform het vertrekpunt: één gezin - één plan - één regisseur te hanteren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel