In dit hoofdstuk wordt een projectmatige aanpak beschreven voor de handhaving van de woonboten uit de nulmeting. De aanpak is gebaseerd op de verschillende bestuurlijke invalshoeken voor de handhaving:
In de eerste plaats is het belangrijk om de risico’s ten aanzien van constructieve veiligheid, gezondheid, aanzien van de stad en ordening op het openbaar water zo klein mogelijk te houden. Om deze reden krijgen excessen een hoge prioriteit.
Het tweede belang is van financiële aard. Door fasering kunnen de kosten over meerdere jaren gespreid worden.
Het derde belang is gerelateerd aan dienstverlening: hoe eerder woonbootbewoners weten waar ze aan toe zijn, hoe beter.
Deze invalshoeken kunnen tot op zekere hoogte strijdig zijn. Beter dienstverlening in de vorm van snel duidelijkheid verstrekken door middel van handhaving, vraagt om een geconcentreerdere aanpak. Dat betekent minder faseren en dus meer kosten in korte tijd.
Aanpak
In overleg met betrokken ambtelijke partijen is de volgende aanpak tot stand gekomen.
Aan het begin van het project zal een inventarisatie uitgevoerd worden om de excessen te bepalen. Ook zal de definitieve prioritering worden bepaald. Binnen deze prioritering kan extra aandacht – in de zin van het stellen van subprioriteiten en/of het rekening houden met gebiedsgerichte opgaven, ontwikkelingen of omstandigheden van eigenaren / bewoners – gegeven worden aan bepaalde locaties. Er wordt een inventarisatie uitgevoerd om de subprioriteiten en aandachtspunten te bepalen. De volgende aandachtslocaties zijn reeds aangegeven door de stadsdelen:
Oost: de locaties aan de Diemerzeedijk, de Kom nabij de Amsterdamse Brug en de Derde Diem.
Centrum: de locaties aan de Nieuwe Vaart, Amstelveld en Dijksgracht en de rakken waar de kademuurvernieuwingen in het kader van het Actieplan bruggen en kademuren zijn gepland zoals de Geldersekade, Brouwersgracht en Entrepotdok.
Zuid: de rakken waar de kademuurvernieuwingen in het kader van het Actieplan bruggen en kademuren zijn gepland.
Er zal tevens afstemming plaatsvinden met het Programma Kades & Bruggen.
Om de rechtsgelijkheid en objectiviteit van de bepaling van excessen en (sub)prioriteiten te waarborgen zullen de resultaten van deze inventarisatie in het stedelijke Waterberaad integraal worden besproken, waarbij tevens een gezamenlijke toets op rechtsgelijkheid en objectiviteit plaatsvindt. De definitieve lijst met excessen en prioriteiten wordt vervolgens ter vaststelling voorgelegd aan het MT VTH.
De overzichtslijsten van de nulmeting, die reeds kunnen worden ingezien door alle stadsdelen, zullen worden uitgebreid met een overzicht van excessen, zodat een totaaloverzicht ontstaat. De overzichten worden gedurende het project actueel gehouden.
Groepen woonboten en overtredingen die een hoge prioriteit hebben toegekend gekregen worden in 4 jaar tijd (2020-2023) geconcentreerd afgehandeld. Het gaat dan om (tussen haakjes verwachte aantallen per peildatum 1 januari 2020):
Woonboten zonder medewerking of nog nader uit te zoeken (groep A, 80 woonboten)
Illegale woonboten (groepen B en C, 105 woonboten)
Maatvoeringsexcessen in groepen D en E (210 woonboten)
Excessen op het gebied van zorgplicht (65 woonboten), welstand (50 woonboten), illegaal wonen (250 woonboten) en illegaal bouwen op de kade (100 woonboten) in groepen D, E en F.
Voor de rest van groep D en E wordt alleen gehandhaafd bij mutatie. Mutaties zijn bijvoorbeeld (niet uitputtend):
Een aanvraag voor het veranderen van de woonboot (bouw, sloop, gebruik);
Een aanvraag voor het wijzigen van de tenaamstelling van de woonboot (ligplaatsvergunning);
Een aanvraag voor het verplaatsen van de woonboot (ligplaatsvergunning), al dan niet vanwege herstelwerkzaamheden in de omgeving (bruggen, kades, oevers);
Een handhavingsverzoek of -melding van een belanghebbende.
Na 4 jaar wordt een beleidsmatige heroverweging gemaakt voor de overtredingen die op dat moment nog niet zijn aangepakt.
De handhavingstrajecten kunnen niet allemaal tegelijkertijd opgepakt worden. De uiteindelijke volgorde waarin de woonboten in het project worden aangepakt kan afhangen bijvoorbeeld van (ontwikkelingen in) het gebied, bestuurlijke wensen, historisch perspectief en omstandigheden (omgeving en/of bewoners). In algemene zin geldt dat zaken met een lagere prioriteit later in het project worden opgepakt. Tot die tijd worden de betreffende zaken alleen opgepakt wanneer zich een mutatie voordoet.
Over deze aanpak vindt communicatie plaats naar bewoners en eigenaars, onder andere via de website van de gemeente. De eigenaren / bewoners van woonboten die als exces zijn beoordeeld zullen hierover worden geïnformeerd. In hoofdstuk 6 wordt een eerste aanzet voor een communicatielijn beschreven.
Inkomsten en leges
In de inventarisatie is geconstateerd dat een groot aantal dossiers onderzocht moeten worden op de mogelijkheden tot legalisering. De uitkomst van een dergelijk onderzoek kan zijn dat legalisatie mogelijk is door: a) aanpassen van de woonboot, b) aanpassen van de vergunning, c) aanpassen van het bestemmingsplan.
In geval (a) kan naast de aanpassingskosten een omgevingsvergunning vereist zijn, in geval (b) moet een nieuwe ligplaats en/of omgevingsvergunning worden aangevraagd en in geval (c) zijn er kosten verbonden aan de bestemmingsplanwijziging.
De leges voor het in behandeling nemen van een aanvraag ligplaatsvergunning bedragen per 1 januari 2020 € 529, de leges voor het in behandeling nemen van een aanvraag verbouwen of vervangen op grond van de Vob bedragen € 580 en de leges voor het in behandeling nemen van een aanvraag omgevingsvergunning kunnen oplopen tot een veelvoud van dat bedrag.
Overige uitgangspunten
Bij de handhaving worden voorts de volgende uitgangspunten gehanteerd:
Tweewekelijks wordt in het stedelijk Waterberaad de voortgang van de handhaving woonboten geagendeerd. Deelnemers in dit stedelijk waterberaad zijn de teams Vergunningen en Toezicht en handhaving Bouw & Gebruik van de stadsdelen, het Programma Varen, Waternet, Wonen, R&D, Juridisch bureau en het Havenbedrijf Amsterdam. Daarnaast worden met de GGD, Basisinformatie (BAG) en de politie afspraken gemaakt over gegevensdeling, afstemming en samenwerking. Door betrokken partijen wordt proactief afstemming gezocht om een goede samenhangende aanpak te waarborgen.
Er wordt rekening gehouden met situaties die al enige tijd bestaan, door dit mee te nemen in de motivering om de betreffende overtredingen (niet) te willen legaliseren. Er bestaat echter geen gewoonterecht.
Er wordt rekening gehouden met de fouten die als overheid mogelijk zijn gemaakt, door dit mee te nemen in de motivering om overtredingen die hierdoor zijn ontstaan al dan niet te willen legaliseren. Waar mogelijk worden deze fouten ambtelijk hersteld en vindt er geen handhaving plaats.
We houden rekening met bijzondere omstandigheden van bewoners bij de keuze van aanpak., maar met oog voor de rechtsgelijkheid.
Eventuele sociale problematiek heeft (in elk geval op korte termijn) geen gevolgen voor de handhavingsstrategie voor de Wabo- c.q. de Vob-gerelateerde overtredingen. We signaleren dit echter wel aan de partners in het sociale domein (GGD, DWI, Wonen) en zorgen waar nodig voor een afgestemde en integrale aanpak. Immers, handhaving lost in deze gevallen de problematiek niet op. Het initiatief voor een dergelijke aanpak kan daarbij ook verlegd worden naar die partners.
Er zijn zaken die niet direct worden opgepakt binnen het project, maar die wel raakvlakken kunnen hebben met de handhaving van woonboten. Hiervoor vindt waar nodig afstemming en signaaltoezicht plaats.
Deze zaken zijn:
Herstelwerkzaamheden aan kades en oevers;
Herstelwerkzaamheden aan bruggen;
Onderhoud aan vaarwegen (baggeren);
Projecten inzake gebiedsontwikkeling, rechtelijke uitspraken.
Alle signalen van illegale hotels en illegaal vakantieverhuur worden gemeld aan Wonen (dus niet alleen de excessen). Alle signalen van illegaal wonen (wonen in strijd met het bestemmingsplan) worden doorgegeven aan de teams Toezicht en Handhaving Bouwen en Gebruik van de stadsdelen. Dit geldt zowel voor woonboten als voor bewoning op pleziervaartuigen.
Projectorganisatie
De inzet wordt verdeeld over verschillende functies in een periode van 4 jaar. Dit betreft een projectleider, handhavingsjuristen/inspecteurs, administratieve ondersteuning en een medewerker participatie en communicatie. Er wordt voorgesteld om dit als projectteam vorm te geven. Dit team is dan verantwoordelijk voor de handhaving van de hierboven genoemde zaken in alle stadsdelen. De projectleider woonboten is eerste aanspreekpunt voor complexe en/of bestuurlijk gevoelige zaken.
De betrokken medewerkers moeten naast tijd beschikken over de juiste competenties. Zij kennen de context en de cultuur van wonen op het water, zij spreken de taal van de woonbooteigenaren en -gebruikers, zij kunnen regisseren, afstemmen en meedenken en werken informatiegestuurd.
Daarnaast wordt inzet gevraagd van enkele adviseurs (RO, nautisch, Juridisch Bureau, etc.). Er worden samenwerkingsafspraken gemaakt voor de inzet van deze adviseurs.
Taken en bevoegdheden projectteam en afstemming
De taken van het projectteam zijn beperkt tot de aanpak van de woonboten zoals beschreven in voorliggend document. Het projectteam, dat voor een belangrijk deel bestaat uit medewerkers van de stadsdelen, voert deze projectwerkzaamheden uit namens de VTH-afdelingen van de stadsdelen. De bevoegdheid tot het nemen van besluiten wijzigt niet. Het ligt in de vorm van een ondermandaat bij de medewerkers van de VTH-afdelingen. In het ondermandaatbesluit is vastgelegd dat het ondermandaat ook van toepassing is in de andere stadsdelen dan die waarin de medewerkers werkzaam zijn. Hiermee is het ondermandaat ook van toepassing op de projectgroep. Stadsdeel Centrum heeft de vergunningverlening voor zelfstandig varende woonboten uitbesteed aan Programma Varen.
Er zal regelmatig afstemming plaatsvinden tussen het projectteam, de VTH-afdelingen van de stadsdelen en Programma Varen. Dit betreft in elk geval de volgende situaties:
Alle mutaties (aanvraag omgevingsvergunning of vergunning ligplaats Vob, melding sloop, wijziging tenaamstelling woonboot, handhavingsverzoeken of -meldingen en incidenten) gerelateerd aan woonboten worden door de VTH-teams en Programma Varen doorgestuurd naar het projectteam Wabo. Het projectteam beoordeelt of en in welke mate er samenhang bestaat met een lopende aanpak, en of met de mutatie ook een aanpak vanuit het projectteam opgestart moet worden.
Bij alle zaken die het projectteam oppakt, checkt zij of er bij de VTH-teams of Programma Varen iets speelt met betrekking tot deze woonboot.
Indien er in deze twee situaties sprake is van samenhang, wordt de woonboot geagendeerd op het Waterberaad. In dit overleg wordt voor deze woonboot een specifieke aanpak afgesproken die zowel rekening houdt met inhoudelijke als procesmatige samenhang.
Het afschouwen van een woonboot in het kader van een gereedmelding is een taak van VTH stadsdelen.. Het afschouwen is onder andere van belang om de juiste ligplaatsvergunning af te kunnen geven. Voor het afschouwen wordt altijd een gezamenlijk meetmoment georganiseerd. Dit heeft twee doelen: het borgen van een juiste toepassing van de meetinstructie ‘Meten is Weten’ en het actueel houden van de gegevens van de nulmeting.
Inzet per handhavingstraject
Er is ten behoeve van het maken van keuzes een raming gemaakt van de benodigde inzet per handhavingstraject. Dit betreft in elk geval inzet voor legalisatie-onderzoek, toezicht (herinspecties), handhaving, advisering (RO, nautisch, etc.) en inzet voor bezwaar en beroep. Deze raming is als volgt opgebouwd (zie tabel op de volgende pagina).
Een handhavingstraject omvat daarmee gemiddeld circa 41,5 uur aan inzet.
Er wordt van uitgegaan dat de inzet per woonboot in groep D lager is dan de geraamde inzet per handhavingstraject. Deze aanname wordt gemaakt omdat de kans op legalisatie hoog is, er naar verwachting minder handhavingswerkzaamheden verricht hoeven te worden en er minder rechtsprocedures zullen zijn in deze groep.
Er wordt geen inschatting gemaakt van de inzet op vergunningverlening. Er wordt vanuit gegaan dat dit binnen de beschikbare capaciteit uitgevoerd kan worden. Tegenover deze inzet staan legesinkomsten. Eventuele piekbelasting kan worden opgevangen door extra formatie-inzet, te bekostigen uit extra legesinkomsten. Dit vraagt evenwel om een zorgvuldige afstemming met de teams Vergunningverlening en planning van de met een vergunning te legaliseren overtredingen.
Voor de inzet van Financiën (bij innen van dwangsommen / kostenverhaal bestuursdwang) zijn reeds afspraken gemaakt. Deze uren worden derhalve verder niet meegerekend. De inzet van het Juridisch Bureau (bij bezwaar en beroep) is afgestemd en wordt mee begroot.
Inzet in het project
n onderstaande tabel is de prioritering en de inzet per groep weergegeven, uitgaande van de inzet van 40,2 uur per zaak, exclusief de uren van Financiën (1,3 uur). Er wordt uitgegaan van 1372 productieve uren per fte.
De uren voor de inventarisatie van maatvoeringsexcessen en de aanpak van excessen op het gebied van zorgplicht, welstand, illegaal wonen en illegaal bouwen op de kade en voor mutaties en overige projectmatige aspecten zijn hierin nog niet meegenomen; deze wordt hieronder beschreven.
Inventarisatie van excessen op het gebied van maatvoering en de aanpak van overige excessen
In onderstaande tabel is inzet weergegeven voor de inventarisatie van maatvoeringexcessen in groep E en de aanpak van op het gebied van zorgplicht, welstand, illegaal wonen en illegaal bouwen op de kade weergegeven. Deze aanpak omvat signaaltoezicht voor illegaal wonen / hotels en handhaving van de andere excessen.
Inzet naar aanleiding van mutaties
Per jaar dat het project loopt is voor de handhaving bij mutatie 1,0 fte benodigd (0,6 handhavingsjurist en 0,4 inspecteur). Deze inzet wordt als stelpost gehanteerd; er wordt uitgegaan van 75 tot 125 mutaties per jaar.
Projectmatige aspecten
Naast deze inzet is projectleiding (P) (in de zin van coördinatie van de toezichts- en handhavingswerkzaamheden, 0,6 fte per projectjaar), administratieve ondersteuning (A) (0,4 fte per projectjaar) en participatie en communicatie (C) (0,4 fte per projectjaar) nodig. Per jaar dat het project loopt is daarmee 1,4 fte benodigd voor deze zogenaamde PAC-werkzaamheden.
Totale inzet
De inzet verdeeld over verschillende functies voor het project als geheel en per jaar de projectduur is weergegeven in onderstaande tabel.
De totale benodigde inzet voor het project omvat 25,9 fte (6,5 fte per jaar). Er wordt ervan uit gegaan dat 30% van de inzet via inhuur en 70% van de inzet via een tijdelijk detacheringverband betrokken kan worden. Voor de inzet wordt daarom gerekend met € 97.500 euro per fte per jaar. Het benodigde budget voor het project bedraagt daarmee circa € 2.524.000 (gemiddeld € 631.000 per projectjaar).
In het vierde projectjaar wordt een heroverweging gemaakt voor de prioritering, strategie en planning van het restant van groep D en F. Op dat moment kan ook rekening worden gehouden met in de komende jaren te realiseren nieuw beleid (bestemmingsplannen, welstand, etc.). Op dat moment wordt de inzet voor het restant van groep D en E begroot.
Artikel 5: