5.2.1 Geschikte woning [Wmo]
De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner hulp-op-maat kan krijgen als het normale gebruik van zijn woning als gevolg van een beperking niet mogelijk is.
Als de woning niet of alleen tegen zeer hoge kosten aangepast kan worden, verwacht de gemeente dat de inwoner verhuist naar een geschikte woning, als deze beschikbaar is. De inwoner kan dan een geldbedrag krijgen voor de verhuizing en de inrichting van de nieuwe woning.
De gemeente verstrekt niet altijd hulp-op-maat in de vorm van een woonvoorziening.
De gemeente geeft geen hulp-op-maat in de volgende situaties:
De beperking van de inwoner het gevolg is van de materialen die in de woning zijn gebruikt.
De inwoner verblijft in een hotel of pension, een tweede woning, een trekkerswoonwagen, een klooster, een vakantiewoning, een recreatiewoning, een ADL-clusterwoning.
De inwoner woont in een woning die specifiek gericht is op een bepaalde groep mensen waartoe de inwoner behoord, bijvoorbeeld een seniorencomplex, en de voorziening is bedoeld voor in een gemeenschappelijke ruimte, zoals elektrische deuropeners.
Het gaat om voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder veel meerkosten meegenomen kunnen worden.
De inwoner zonder dringende reden verhuisd is vanuit een woonruimte waar de inwoner geen problemen had bij het normale gebruik van de woning.
De inwoner heeft een indicatie voor verhuizing naar een zorginstelling op grond van de Wet langdurige zorg.
De inwoner is verhuisd naar een woning die niet de meest geschikte woning is om de beperkingen van de inwoner te verminderen of weg te nemen, tenzij de gemeente daar toestemming voor heeft verleend.
Een woonvoorziening die een eerder verstrekte woonvoorziening vervangt, kan alleen worden verstrekt, als:
de eerder verstrekte woonvoorziening technisch is afgeschreven;
de eerder verstrekte woonvoorziening verloren is gegaan buiten de schuld van de inwoner om, of als
de woonvoorziening geen oplossing meer is voor de woonproblemen van de inwoner.
5.2.2 Een schone en leefbare woning [Wmo]
De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner hulp op maat kan krijgen als hij als gevolg van een beperking zijn woning niet schoon en leefbaar kan houden. De hulp op maat heet huishoudelijke ondersteuning. Bij de inzet van huishoudelijke ondersteuning stimuleert de gemeente dat de inwoner zoveel mogelijk zelf actief en in beweging blijft.
De huishoudelijke ondersteuning helpt met het schoonmaken van de woning. Daarbij gaat het alleen om het schoonmaken van de ruimtes die nodig zijn voor normaal gebruik van de woning. Zo nodig kan de gemeente besluiten dat de inwoner ook hulp op maat kan krijgen bij andere huishoudelijke taken, zoals het klaarzetten van maaltijden of het doen van de was. Ook kan de gemeente hulp op maat toekennen voor het organiseren van het huishouden. Dat kan advies, instructie of voorlichting zijn. Dat helpt de inwoner om het huishouden zoveel mogelijk zelfstandig uit te voeren. Deze hulp kan ook tijdelijk worden ingezet voor het aanleren van vaardigheden om het huishouden zelfstandig uit te voeren.
Bij de beoordeling of huishoudelijke ondersteuning nodig is, kijkt de gemeente eerst of de huishoudelijke taken anders georganiseerd en/of verdeeld kunnen worden. Daarbij kijkt de gemeente ook naar de gebruikelijke hulp die huisgenoten kunnen bieden. Als door het anders organiseren en/of verdelen van de huishoudelijke taken en/of gebruikelijke hulp van huisgenoten kan worden bereikt dat de woning schoon en leefbaar is en ook andere huishoudelijke taken worden verricht, krijgt de inwoner geen huishoudelijke ondersteuning van de gemeente.
5.2.3 Bemoeizorg
De gemeente kan ongevraagde zorg (bemoeizorg) inzetten als er sprake is van (ernstige) bedreiging van de gezondheid van de inwoner of zijn gezin. Vaak is er dan sprake van meerdere problemen tegelijkertijd. Bemoeizorg heeft niet als belangrijkste doel om specifieke problemen te verminderen, maar richt zich op het toeleiden naar zorg waarbij het sociale netwerk van het hele gezin wordt betrokken. De ondersteuning kan er ook op gericht zijn om overlast voor de omgeving te voorkomen of te beperken.
5.2.4 Beschermd wonen en maatschappelijke opvang [Wmo]
De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner hulp-op-maat kan krijgen in de vorm van beschermd wonen. De inwoner moet deze woonvorm nodig hebben als gevolg van psychische of psychosociale problemen. Beschermd wonen kan worden ingezet als dit de inwoner helpt om zichzelf weer te kunnen handhaven in de samenleving.
De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner hulp-op-maat kan krijgen in de vorm van tijdelijke (maatschappelijke) opvang. Deze opvang is bedoeld voor de inwoner die de thuissituatie heeft verlaten en zich niet op eigen kracht kan handhaven in de samenleving. Dit als gevolg van psychische of psychosociale problemen of de dreiging van huiselijk geweld.
Voor inwoners die hulp-op-maat in de vorm van beschermd wonen en/ of maatschappelijke opvang nodig hebben, gelden de regels die zijn vastgelegd in het beleid van de centrumgemeente Utrecht, de verordening van gemeente Utrecht en de daarop gebaseerde beleidsregels van de centrumgemeente.
Hoofdstuk 5:
Artikel 5.2