Naar hoofdinhoud
Er geldt een eigen bijdrage van een vast tarief per maand voor huishoudens zolang zij gebruik maken van Wmo-voorzieningen verstrekt als zorg in natura of in de vorm een pgb. Cliënten betalen de eigen bijdrage slechts één keer, ook als zij gebruik maken van meerdere voorzieningen. De omvang van de bijdrage in de kosten wordt vastgesteld conform de systematiek en bedragen van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. In artikel 19, 2e lid van de Verordening is de maximale hoogte van de eigen bijdrage opgenomen. De eigen bijdrage bedraagt niet meer dan de kostprijs van de voorziening verhoogd met de kosten van onderhoud en reparatie. Als maximale eigen bijdrage gelden de bedragen en het percentage zoals opgenomen in artikel 2.1.4a van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, artikelen 3.8 en 3.9. Indexering van de bedragen vindt jaarlijks plaats door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Wanneer een cliënt via het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer gecompenseerd wordt (regiotaxi) is er geen sprake van een bijdrage in de kosten zoals bedoeld in lid 1 tot en met 3 van dit artikel. Er is dan sprake van een reizigersbijdrage (per zone) die overeenkomt met de geldende tarieven van het reguliere openbaar vervoer. Voor arbeidsmatige dagbesteding door middel van het product “maatschappelijke deelname” is de cliënt geen eigen bijdrage verschuldigd. Indien er sprake is van bemoeizorg, wordt er geen eigen bijdrage opgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel