Naar hoofdinhoud
In de Wet is aangegeven op welke wijze en op basis van welke criteria wordt vastgesteld of een maatwerkvoorziening noodzakelijk is. Alvorens wordt overgegaan tot de verstrekking van een maatwerkvoorziening, wordt eerst gekeken naar andere mogelijkheden om de inwoner te helpen met zijn beperkingen. Dat kan bijvoorbeeld een verwijzing zijn naar een voorliggende voorziening (zoals de Wlz), het helpen bij het inzetten van het eigen netwerk, of een verwijzing naar een algemene voorziening. Dit dient in het gespreksverslag/plan op maat gemotiveerd naar voren te komen. De maatwerkvoorziening vormt het sluitstuk. In het afwegingsproces komen steeds de volgende elementen terug: Alle mogelijkheden van de inwoner om op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit het sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene of andere voorzieningen zijn zelfredzaamheid of participatie te behouden of te verbeteren, dan wel te regelen dat hij geen behoefte meer heeft aan maatwerkvoorzieningen, worden in het onderzoek naar aanleiding van de aanvraag eerst beoordeeld. Om in aanmerking te komen voor een individuele maatwerkvoorziening moet sprake zijn van een beperking in de zelfredzaamheid en participatie als gevolg van problematiek op tenminste één van de onderstaande resultaatgebieden: een evenwichtige draagkracht en draaglast van de mantelzorger; een schoon, leefbaar en gestructureerd huishouden; wonen in een geschikte woning; het uitvoeren van dagelijkse activiteiten en het hebben van een ingevulde dag; mogelijkheid om zich te verplaatsen, te vervoeren en sociale contacten aan te gaan; mogelijkheid om beschermd te kunnen wonen en opvang te krijgen. De maatwerkvoorziening levert een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de inwoner in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. Bij de beoordeling van de aanvraag voor een maatwerkvoorziening hanteert het college ook de volgende criteria: een aanspraak op een algemene of andere voorziening, waaronder onder meer (aanvullende) ziektekostenverzekeringen en aansprakelijkheidsverzekeringen, is voorliggend op een aanspraak op een maatwerkvoorziening. De Wlz is eveneens voorliggend op de Wmo; er is geen sprake van normale maatschappelijke kosten of van een algemeen gebruikelijke voorziening; het college kent in beginsel de meest adequate en zo goedkoop mogelijke voorziening toe; het college vergoedt of verstrekt geen voorziening als de normale afschrijvingstermijn van de eerder vergoede of verstrekte gelijkwaardige voorziening nog niet is verstreken of deze technisch nog niet is afgeschreven. Voorzienbaarheid Voorzieningen kunnen worden geweigerd indien een inwoner tot aanschaf of bijvoorbeeld een verhuizing overgaat, zonder rekening te houden met zijn beperkingen en de te verwachten ontwikkelingen daarvan. Indien een inwoner overgaat tot aanschaf van een hulpmiddel of gebruikmaakt van een dienst, voordat het college over de aanvraag heeft beschikt, dan is er eigen kracht getoond en vindt er geen vergoeding vanuit de Wmo plaats. Een uitzondering hierop is als er spraken is van een noodsituatie, waarbij er niet gewacht kon worden op een beschikking. De beoordeling of er achteraf nog positief beschikt kan worden ligt bij het college. Woonplaats Een maatwerkvoorziening Wmo kan worden toegekend aan een inwoner van de gemeente Utrechtse Heuvelrug. De inschrijving in de BRP is daarbij een belangrijk uitgangspunt. Iemand kan niet in meerdere gemeenten tegelijkertijd woonplaats hebben en de vraag in welke gemeente de cliënt woonplaats heeft, is ook afhankelijk van de concrete feiten omstandigheden. Bij de vraag waar de cliënt feitelijk verblijft, is ook van belang waar iemands centrale leven zich afspeelt (zie Rechtbank Utrecht 09-12-2010 nr. SBR 09/2443 WMO). Hierbij zijn factoren van belang zoals bijvoorbeeld de omvang van het sociale leven ter plaatse (waar iemand zijn vrienden ontvangt) en het gebruik van diverse (maatschappelijke) voorzieningen ter plaatse. Wanneer iemand vanuit een andere gemeente verhuist naar de Utrechtse Heuvelrug is het van belang dat hij tijdig contact opneemt met het sociale dorpsteam om te zorgen voor continuïteit in de voorziening. 2.2.1Beleid hulphond Regelmatig wordt een aanvraag ingediend voor een hulphond, bijvoorbeeld bij PTSS-klachten. Hulphonden kunnen worden vergoed vanuit de Zorgverzekeringswet, bijvoorbeeld een blindengeleidehond. Deze wordt echter alleen vergoed als de effectiviteit wetenschappelijk is vastgesteld. Op dit moment is er onvoldoende wetenschappelijke bewijs van het effect van hulphonden bij psychische klachten. Daarom vergoedt de zorgverzekeringswet dit niet en omdat er onvoldoende wetenschappelijk bewijs is voor het effect van hulphonden bij psychische klachten, is er ook geen aanleiding om dit te verstrekken op grond van de Wmo 2015. Daar komt bij dat het in veruit de meeste gevallen niet de goedkoopst adequate oplossing zal zijn voor de ondervonden problemen/belemmeringen. Het beleid van het college is dan ook om (opleidingskosten voor) een hulphond niet te vergoeden vanuit de Wmo 2015.

Rechtspraak bij dit artikel