Visie
Utrechtse Heuvelrug wil een sterke samenleving waarin inwoners zelf regie hebben over hun eigen leven, en dat dat ook geldt voor inwoners die een beroep moeten doen op voorzieningen. In dit kader is het pgb een gelijkwaardig instrument voor het realiseren van vraaggerichte en betaalbare ondersteuning voor cliënten (of hun vertegenwoordigers) die in eigen regie zelf op verantwoorde wijze middels het pgb aan hun ondersteuning die nodig is voor participatie, vorm en inhoud willen en kunnen geven. Het verstrekken van pgb’s is daarmee een manier om doelmatige ondersteuning te realiseren.
Doelen
De gemeente informeert actief de cliënten en direct betrokkenen jeugdigen en hun ouders over de optie van een pgb en maakt de gevolgen daarvan duidelijk.
De gemeente creëert voorwaarden om een pgb te verstrekken waarbij de veiligheid, doeltreffendheid zijn gewaarborgd. Als een cliënt zijn voorkeur voor een pgb aangeeft, zal de gemeente dit honoreren, tenzij niet voldaan wordt aan wettelijke voorwaarden.
De consulenten hebben kennis over de pgb regeling om voorlichting over het pgb te geven en het aanvraagproces voor de budgethouders te begeleiden.
De gemeente stelt alles in het werk om het aanvraag – en toekenningsproces doeltreffend te faciliteren.
Om de toegang tot pgb en ZIN op een doeltreffende manier te ontwikkelen, wordt onder meer een afwegingskader rond informele hulp en mantelzorg opgesteld, gestoeld op het CIZ kader gebruikelijke zorg in de Wlz.
Resultaten
Het persoonsgebonden budget maakt het voor mensen met een ondersteuningsvraag mogelijk om de regie over hun eigen leven te behouden en zelf hun eigen leven in te richten dat aansluit op hun ondersteuningsbehoefte.
De toegang tot de pgb wordt als gelijkwaardig aan ZIN ervaren. De gemeente streeft naar consistentie in beleid naar inwoners die stappen zetten naar meer eigen regie en gebruik maken van pgb of overwegen dat te doen.
Keuzevrijheid
Als een inwoner aanspraak maakt op een individuele maatwerkvoorziening Wmo, dan kan de inwoner in beginsel kiezen voor de verstrekkingsvorm: of in de vorm van zorg in natura of in de vorm van een pgb. Dit belangrijke principe van keuzevrijheid ligt vast in de wet (artikel 2.3.6., eerste lid Wmo 2015).
Voor Jeugdhulp ligt dit anders. Cliënten die vallen onder de Jeugdwet, dienen gemotiveerd aan te geven waarom een voorziening in natura niet passend en toereikend is. Bij de verstrekking van een pgb moet rekening worden gehouden met het Wettelijk minimum loon. Dit is van toepassing op het informele tarief.
Toetsingscriteria
De gemeente stelt op voorhand geen formele (kwaliteits-)eisen aan dienstverleners pgb. Dit vanuit het principe dat de verantwoordelijkheid voor beheer en uitvoering van een pgb bij de budgethouder (burger) ligt. En vanuit het principe dat de Wet de kaders geeft.
In de Wet maatschappelijke ondersteuning (artikel 2.3.6) staan drie vereisten opgenomen waaraan een cliënt, eventueel met behulp van zijn of haar vertegenwoordiger, moet voldoen om in aanmerking te komen voor een pgb. Het gaat om:
Bekwaamheid van de cliënt,
Motivering van het pgb en
Kwaliteit van de dienst.
Ad 1. de aanvrager is – eventueel met hulp van zijn sociaal netwerk of wettelijk vertegenwoordiger – in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen en in is in staat om de aan een pgb verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren. Dit criterium betekent feitelijk dat de aanvrager in staat moet zijn om de regie te voeren op zijn traject. Hiermee wordt niet alleen bedoeld dat de aanvrager in staat moet zijn tot uitvoering van administratieve taken die behoren bij een pgb, maar betekent met name ook dat de aanvrager zijn traject / het handelen van de dienstverlener moet kunnen beoordelen en indien nodig in staat is om te handelen jegens een dienstverlener (bijstelling dienstverlening, kritisch aanspreken van …).
Ad 2. de aanvrager dient zich gemotiveerd op het standpunt te stellen dat hij de voorziening als een pgb geleverd wenst te krijgen in plaats van in de vorm van zorg in natura. Dit criterium betekent feitelijk dat de aanvrager moet laten zien dat hij er over na heeft gedacht en een hele bewuste keuze maakt voor een pgb. Het is vervolgens niet aan de gemeente om inhoudelijk een oordeel te vellen over de keuze. De toets van de gemeente in deze blijft beperkt tot een procedurele toets: heeft de burger zich voldoende gemotiveerd?
Ad 3. het derde criterium betreft een beoordeling van de inzet. Wordt met de door de aanvrager voorgestane inzet van het pgb gewaarborgd dat de dienst veilig, doeltreffend en cliëntgericht wordt verstrekt? Hierbij weegt de gemeente mee of de voorgestane in te zetten voorzieningen door de dienstverlener in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt. Wordt met de inzet het voorgestane resultaat bereikt? Bij een pgb voor een formele aanbieder wordt bijvoorbeeld gekeken naar de SKJ-registratie. Dit betekent feitelijk dat de gemeente voorafgaande aan de afgifte van de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening dient te weten hoe de aanvrager na toekenning zijn pgb wenst in te zetten. Deze toets wordt primair gemaakt aan de hand van het pgb-plan.
Voor wat betreft de Jeugdwet geldt op grond van artikel 8.1.1, 2e lid het volgende. Een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, indien:
de jeugdige of zijn ouders naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat zijn tot een redelijke waardering van de belangen ter zake dan wel met hulp uit hun sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor, gemachtigde, gecertificeerde instelling of aanbieder van gesloten jeugdhulp, in staat zijn de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren;
de jeugdige of zijn ouders zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de individuele voorziening die wordt geleverd door een aanbieder, niet passend achten; en
naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouders van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is.
Toetsing van de voorwaarden
Toetsing van bovenstaande voorwaarden vindt plaats op basis van gesprekken met de consulent en het door de cliënt/vertegenwoordiger in te vullen pgb-plan. De consulent zal op basis van de verkregen informatie een advies geven over de aanvraag. Daarbij is er aandacht voor de verantwoordelijkheid die de cliënt draagt voor het bewaken van de kwaliteit van de ondersteuning en het actief sturen op resultaat. Het college oordeelt over de aanvraag van een pgb.
Via de link https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/brochures/2019/06/26/handreiking-voor-toetsing-op-minimale-pgb-vaardigheid/Handreiking+minimale+pgb-vaardigheid.pdf is te zien welke kennis en vaardigheden er nodig zijn om als budgethouder, vertegenwoordiger of gewaarborgde hulp te kunnen werken met een persoonsgebonden budget.
Kort samengevat. De cliënt:
Heeft voldoende kennis over het werk- of opdrachtgeverschap, of weet deze kennis te vinden.
Is in staat om als werk- of opdrachtgever de zorgverleners aan te sturen en aan te spreken op hun functioneren.
Kan beoordelen en beargumenteren of de geleverde zorg passend en kwalitatief goed is.
Is in staat om afspraken te maken en vast te leggen, en om dit te verantwoorden aan verstrekkers van het pgb.
Is voldoende vaardig om te communiceren met de gemeente, zorgverzekeraar of het zorgkantoor, de SVB en zorgverleners.
Is in staat om een overzichtelijke pgb-administratie bij te houden, waardoor inzicht is in de bestedingen van het pgb.
Is op de hoogte van de regels en verplichtingen die horen bij het pgb, of weet die zelf bij de desbetreffende instanties (online) te vinden.
Pgb-plan in te dienen door de cliënt
Wanneer de cliënt een pgb wenst, is de cliënt verplicht om een pgb-plan in te vullen. Samen met de gesprekken met de consulent en het plan op maat vormt dit document de basis waarop de voorwaarden getoetst worden om in aanmerking te komen voor een pgb.
Het pgb-plan bestaat uit twee onderdelen.
Het eerste onderdeel omvat de omschrijving van de ondersteuningsvraag, de doelen en resultaten,
Het tweede onderdeel omvat de tarieven en contracten met de dienstverlener.
De cliënt is ervoor verantwoordelijk dat het pgb-plan compleet is en binnen een termijn van maximaal twee weken wordt geretourneerd. Indien deze termijn niet haalbaar is gaan gemeente en cliënt in overleg om een realistische termijn te bepalen.
De cliënt vult een pgb-plan in wanneer de consulent hierom verzoekt. Het pgb-plan dient geheel te worden ingevuld door de cliënt of diens vertegenwoordiger (niet zijnde de zorgverlener). Er moeten vragen beantwoord worden over de ondersteuning die in gekocht gaat worden en over het budgethouderschap.
De gemeente heeft de volgende pgb plannen:
pgb-plan huishoudelijke hulp
pgb-plan Wmo begeleiding
pgb-plan jeugd
De consulent brengt een advies uit aan het college over het pgb-plan. De beoordeling van de aanvraag – waar het pgb-plan onderdeel van is - vindt plaats door het college.
Pgb-tarieven en nadere regels
In de nadere regels hebben de gemeente de pgb-tarieven vastgelegd. Een principieel uitgangspunt is dat de hoogte van een pgb niet meer kan bedragen dan de kosten die de gemeente zou hebben gehad in geval van de inzet via zorg in natura (Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Utrechtse Heuvelrug 2020, artikel 13, 3e lid ). Dit is dus een absolute begrenzing.
Hoogte pgb
De gemeente onderscheidt drie verschillende pgb-tariefstellingen: een tarief voor professionele dienstverleners die voldoen aan de kwaliteitseisen van een door de gemeente gecontracteerde aanbieder, een tarief voor professionele dienstverleners die niet voldoen aan de kwaliteitseisen van een door de gemeente gecontracteerde aanbieder en een tarief voor particuliere inzet, waaronder mede de inzet door het sociaal netwerk wordt begrepen.
er wordt onderscheid gemaakt tussen ondersteuning door gediplomeerde zorgverleners die werken volgens de wettelijke kwaliteitsstandaarden en hulpverleners die dat niet doen (zoals het sociale netwerk, werkstudenten, zzp’ers zonder diploma’s);
de maximale hoogte van een pgb is begrensd op de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate door het college ingekochte maatwerkvoorziening in natura;
tussenpersonen of belangenbehartigers mogen niet uit het pgb betaald worden.
Zie verder het Besluit maatschappelijke ondersteuning Utrechtse Heuvelrug voor de tarieven.
De toekenning eindigt als:
de budgethouder verhuist naar een andere gemeente. De gemeente neemt tijdig contact op met de nieuwe gemeente voor de continuïteit;
de budgethouder overlijdt;
de indicatieperiode of geldigheidsduur is verstreken;
de budgethouder aangeeft dat zijn situatie is veranderd en (de gemeente) vaststelt dat de voorziening niet meer voldoet;
de budgethouder geen verantwoording (meer) aflegt;
als de budgethouder wordt opgenomen in een Wlz-instelling en deze opname een permanent karakter heeft;
als de budgethouder langer dan 2 maanden aaneengesloten is opgenomen in een instelling;
als de budgethouder aangeeft geen pgb meer te willen ontvangen en eventueel kiest voor een verstrekking in natura; in dat geval blijft het recht op de voorziening, zoals bijvoorbeeld huishoudelijke hulp en/of begeleiding (bij ongewijzigde omstandigheden) bestaan, maar wijzigt de vorm en krijgt de cliënt een nieuwe beschikking; de cliënt kan één keer per jaar wisselen tussen een pgb en een verstrekking in natura.
Pgb nooit voor vervoer Wmo
Vervoer maakt – in tegenstelling tot zorg in natura – nooit onderdeel uit van een pgb. Indien Wmo-vervoer noodzakelijk wordt geacht, wordt vervoer als een aparte maatwerkvoorziening toegekend. Collectief vervoer is daarbij voorliggend.
Trekkingsrecht
In de Wmo 2015 en de Jeugdwet is bepaald dat een pgb niet wordt overgemaakt naar de rekening van de cliënt. In plaats daarvan geldt het volgende:
de gemeente betaalt het pgb uit in de vorm van trekkingsrecht;
de uitvoering van dit trekkingsrecht is neergelegd bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB);
de budgethouder laat via declaraties of facturen aan de SVB weten hoeveel uren ondersteuning zijn geleverd;
de SVB zorgt vervolgens voor de uitbetaling aan de verlener van die ondersteuning;
de niet bestede middelen worden door de SVB na afloop van de verantwoordingsperiode terugbetaald aan de gemeente.
in de situaties waarbij sprake is van een eenmalige verstrekking voor de aanschaf van een maatwerkvoorziening, is geen sprake van trekkingsrecht
Geldigheidsduur pgb
De geldigheidsduur voor de toekenning van een maatwerkvoorziening(en) in de vorm van een pgb is ten hoogste de duur van de hiervoor afgegeven beschikking.
Informatie
Voorlichting over het pgb en de verantwoordelijkheden die daar bij komen kijken wordt gegeven door de consulent van het Sociaal Dorpsteam. Verder kan de cliënt terecht bij het Servicecentrum pgb van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en natuurlijk bij belangenorganisaties als Per Saldo.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1