Naar hoofdinhoud
Het doel van de ondersteuning is dat de cliënt kan participeren en zo veel mogelijk zelfredzaam is. Daarbij moet het huishouden geen obstakel zijn. Het resultaat van de ondersteuning is dat de cliënt beschikt over een schoon huis. Het betekent dat het huis niet vervuilt en periodiek schoon wordt gemaakt om zo een algemeen aanvaard basisniveau van schoon te realiseren. De gemeente hanteert daarbij het protocol, de criteria als opgenomen in het rapport “Eindrapportage Empirisch onderzoek Normering van de basisvoorziening ‘Schoon Huis’, uitgevoerd door KPMG Plexus en Bureau HHM d.d. 12 augustus 2016 (Rapport). In dit rapport is onderbouwd welke schoonmaakactiviteiten, met welke frequentie moeten worden uitgevoerd om dit resultaat te bereiken. In het navolgende staat beschreven wat tijdens het gesprek in ieder geval wordt afgewogen. Activiteiten die door de cliënt zelf kunnen worden uitgevoerd behoren tot de eigen verantwoordelijkheid (eigen kracht). In de dagelijkse praktijk kan dit ook betekenen dat een deel van het huishouden door de cliënt wordt uitgevoerd en voor een ander deel ondersteuning wordt geboden. Een andere vorm van het benutten van eigen kracht is het verlenen van medewerking aan een zo efficiënt mogelijke ondersteuning. Dit betekent dat van de cliënt mag worden verwacht dat hiermee rekening wordt gehouden bij de inrichting van de woning en planning van huishoudelijke werkzaamheden. Te denken valt aan het zo mogelijk voorbereiden van de was en het ergonomisch verantwoord inrichten van de woning. Was men al gewend om voor eigen rekening huishoudelijke hulp in te huren, dan is het enkele feit dat er zich beperkingen voordoen geen reden om een beroep te doen op gemeentelijke ondersteuning. Immers er zijn geen wezenlijke veranderingen in situatie van aanvrager en men heeft steeds zelf kunnen voorzien in de behoefte. Wel moet worden meegewogen of door het ontstaan van beperkingen, wegvallen financiële mogelijkheden of de ondersteuning door de ‘gebruikelijk aanwezige’ schoonmaak niet meer toereikend is.” Als er gebruikelijke hulp aanwezig is, biedt het college geen of minder ondersteuning bij het schoonhouden of organiseren van het huishouden. Gebruikelijke hulp betreft de normale, dagelijkse zorg op basis van een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van de leefeenheid (huisgenoten) voor elkaar omdat ze als leefeenheid een gezamenlijk huishouden voeren. Als er tot de leefeenheid huisgenoten behoren die huishoudelijke werkzaamheden kunnen overnemen, worden zij verondersteld dit door een herverdeling van taken te doen. Dit principe heeft een verplichtend karakter en betreft alle huisgenoten vanaf 18 jaar. Studie of (vrijwillige) werkzaamheden vormen in principe geen reden om van de gebruikelijke hulp af te zien. Veel personen zijn bereid mantelzorg te verlenen. Deze vorm van vrijwillige ondersteuning door derden, niet behorend tot de leefeenheid, gaat voor op ondersteuning van de gemeente. Tegelijk is deze vorm van vrijwillige hulp niet afdwingbaar en daarmee in de praktijk vaak incidenteel en aanvullend op andere vormen van zorg. Als noodzakelijk kan de gemeentelijke ondersteuning bestaan uit tijdelijke vervanging van de ondersteuning die de mantelzorger of vrijwilliger biedt. Er zijn voorzieningen in de handel die niet speciaal bedoeld zijn voor personen met een beperking maar die wel (deels) kunnen voorzien in het realiseren van het resultaat schoon huis. Deze voorzieningen behoren tot het normale uitgavenpatroon voor personen met of zonder beperking. Als het probleem met inzet van algemeen gebruikelijke voorzieningen kan worden opgelost en deze voorziening in het individuele geval ook daadwerkelijk beschikbaar is voor een cliënt, biedt het college geen of minder ondersteuning bij het schoon houden van het huis. Tot deze voorzieningen behoort in ieder geval een wasmachine. Voorliggende voorzieningen zijn voorzieningen die beschikbaar zijn voor een burger op basis van andere wetten dan de Wmo 2015. Zo wordt vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) ook huishoudelijke hulp geboden, bij mensen met een pgb, een VPT (volledig pakket thuis) een MPT (modulair pakket thuis). Daarnaast kennen we nog collectieve voorziening, dit zijn voorzieningen die voor een aangewezen groep mensen beschikbaar zijn, bijvoorbeeld bewoners van een serviceflat of bewoners van een bepaald appartementencomplex. Diensten die verleend worden kunnen bijvoorbeeld zijn: ramen zemen, gebruik van wasserette, boodschappenservice etc. Basisnormen compensatie hulp bij het huishouden Waar de hulp bij het huishouden uit bestaat kan per cliënt verschillen. In de bijlage “taken basisnormen” staat aangegeven uit welke taken de basisnorm is opgebouwd. De cliënt stemt zelf met de door hem/haar gekozen aanbieder af met welke taken met welke frequentie dit wordt ingevuld. Voor nadere informatie:https://www.utrecht.nl/fileadmin/uploads/documenten/zorg-en-onderwijs/hulp-en-ondersteuning-Wmo/2016-08-Onderzoek-KPMG-Plexus-en-Bureau-HHM-Normering-van-de-basisvoorziening-schoon-huis.pdf De compensatie maatwerkvoorziening “hulp bij het huishouden” wordt op een maximum van 2 uur per week gesteld. Als HH2 wordt toegekend, omdat de regie ontbreekt, bespreekt de consulent de benodigde hulp nadrukkelijk met de cliënt. Als een inwoner de voorziening niet toereikend vindt, kan de inwoner zelf meer uren huishoudelijke hulp inkopen en betalen via de markt. Dit kunnen zorgpartijen zijn of schoonmaakbedrijven. Aanvullende uren Wanneer als gevolg van objectiveerbare (medische) beperkingen cliënten onvoldoende ondersteund worden door de basisuren bij het realiseren van een schoon huis of als er een ander noodzakelijk resultaat behaald moet worden, kunnen er aanvullende uren ingezet worden. De aanvulling is maximaal 0,5 uur per week. Via een individueel onderzoek wordt bepaald of de cliënt aanvullende uren nodig heeft. In dit onderzoek wordt gekeken of via de eigen mogelijkheden, de algemene voorzieningen en voorliggende voorzieningen in combinatie met een eventuele inzet van de basisuren voor een schoon huis voldoende oplossing wordt geboden. De grootte van het huis(houden) is, in het algemeen, geen aanleiding om aanvullende uren toe te kennen. Ook de aanwezigheid van dieren zijn in het algemeen geen aanleiding voor het toekennen van aanvullende uren. De gevolgen hiervan op de omvang van de schoonmaaktaak en het zoeken van oplossingen daarvoor behoort, in de eerste plaats, tot de eigen verantwoordelijkheid van de aanvrager. Wanneer een cliënt aangeeft meer dan 2,5 uur nodig te hebben, kan de gemeente extra tijd indiceren, als er sprake is van specifieke aandoeningen. De extra noodzakelijke schoonmaak dient een medische oorzaak te hebben, welke aantoonbaar is. Een medisch advies is standaard nodig voor de beoordeling. Deze aandoeningen kunnen om twee redenen leiden tot een hogere indicatie: Als gevolg van de aandoening raakt het huishouden ernstiger en sneller vervuild, waardoor het schoonhouden meer tijd kost; Als gevolg van de medische aandoening worden aantoonbaar hogere eisen gesteld aan de hygiëne dan gebruikelijk. Op basis van deze toetsingsprotocollen wordt een besluit genomen over het compenseren van uren tot een maximum van 8 aanvullende uren.

Rechtspraak bij dit artikel