Naar hoofdinhoud
In aanvulling op de onder artikel 2.2 genoemde algemene criteria voor maatwerkvoorzieningen geldt voor woningaanpassingen nog een aantal specifieke criteria: er zijn aantoonbare beperkingen bij het normaal gebruik van de woning, en deze zijn langdurig noodzakelijk. Een aanpassing is alleen mogelijk van een woonruimte waar de belanghebbende daadwerkelijk zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft. De woonruimte wordt aangepast overeenkomstig het uitvoeringsniveau van een sociale huurwoning. de maatwerkvoorzieningen kunnen nieuw of gebruikt zijn. Een maatwerkvoorziening kan bestaan uit: bouwkundige of woontechnische maatwerkvoorziening: woningaanpassing of woonunit. In sommige gevallen kan het noodzakelijk zijn buitenshuis aanpassingen aan te brengen. Bijvoorbeeld het aanpassen van de oprit naar de woning. Een aanpassing buitenshuis kan ook nodig zijn in verband met een Wmo-verstrekking, zoals bijvoorbeeld het aanbrengen van een oplaadpunt voor een scootmobiel en aanpassing van de bestrating. Bouwkundige aanpassingen worden aard- en nagelvast aangebracht. Een aanbouw wordt in principe alleen geplaatst als van tevoren vaststaat dat deze hergebruikt kan worden. Bij eigen woningen gaat de voorkeur daarom uit naar het plaatsen van een losse herbruikbare woonunit. Indien dit niet kan wordt, in overleg met de aanvrager, beoordeeld of hij zelf de kosten van de vaste woningaanpassing kan dragen of een bijdrage kan leveren in de kosten. Zelf financieren kan bijvoorbeeld door een hypotheek op de woning te vestigen. De financiële tegemoetkoming voor een dergelijke voorziening wordt vastgesteld als de tegenwaarde van de door de gemeente vastgestelde kostencalculatie verhoogd met leges. niet-bouwkundige of niet-woontechnische maatwerkvoorziening: losse of vaste hulpmiddelen; een vergoeding van stoffering- en/of verhuiskosten; het college kan deze vergoeding ook toekennen aan een inwoner die een aangepaste woning bewoont en het college deze woning beschikbaar wil laten komen voor een persoon met beperkingen; een uitraasruimte: verblijfsruimte voor een persoon die door een gedragsstoornis ernstig ontremd gedrag vertoont en voor wie het noodzakelijk om zich af te kunnen zonderen en tot rust te komen in een kleine, veilige en prikkelarme ruimte. Bij een voorziening voor een gemeenschappelijke ruimte, te weten automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders, het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte, dient eerst een beroep gedaan te worden op de Vereniging van Eigenaren. Als noodzakelijke woonruimtes gelden in ieder geval: woonkamer; aanwezige en gebruikte slaapkamer(s); keuken; sanitaire ruimten; daadwerkelijk gebruikte berging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel