Naar hoofdinhoud
Voor een vervoersvoorziening die in bruikleen wordt verstrekt alsmede bij een persoonsgebonden budget bestemd voor het verkrijgen van een vervoersvoorziening wordt een eigen bijdrage opgelegd ter hoogte van maximaal de kostprijs van de voorzieningen. Voor vervoersvoorzieningen voor kinderen tot 18 jaar en voor rolstoelen wordt conform de wet geen eigen bijdrage geïnd. Ook voor de benodigde aanpassingen aan een rolstoel wordt geen eigen bijdrage opgelegd. Verplaatsen in en om de woning 6.2.1 Rolstoelvoorziening Het verplaatsen in en om de woning kan op verschillende wijzen plaatsvinden zoals met een rollator of met een rolstoel. Van deze voorzieningen valt uitsluitend de rolstoel onder de Wmo. Een rolstoel is een voorziening om het bestaande verplaatsingsprobleem in en om de woning te compenseren. Verplaatsen is vervoer over kleine afstanden, van enkele tientallen tot maximaal enkele honderden meters. Wie op grond van beperkingen geen andere mogelijkheid heeft dan zich verplaatsen met een rolstoel, kan een rolstoel toegekend krijgen. Voor een individuele maatwerkrolstoel geldt nog als eis dat “dagelijks zittend verplaatsen in en om de woning” noodzakelijk is. Het gaat om verplaatsingen die direct vanuit de woning worden gedaan. Daarom gaat het hier om cliënten die voor het dagelijks zittend verplaatsen zijn aangewezen op een rolstoel. Rolstoelen voor het zogenaamde ‘incidentele’ gebruik, waarbij de rolstoel in de auto wordt meegenomen om elders, bij het winkelen of bij uitstapjes, te gebruiken, vallen niet onder dit met een maatwerkvoorziening te bereiken doel. Voor rolstoelen geldt dat voor kortdurend gebruik een beroep kan worden gedaan op de uitleen- of verhuurservice. 6.2.2 Aanpassingen aan de rolstoel Met aanpassingen wordt bedoeld; extra onderdelen die niet standaard op een rolstoel zitten (zoals comfort beensteunen of een werkblad), maar wel noodzakelijk zijn voor de cliënt. Accessoires zoals een boodschappenmand en een extra spiegel zijn doorgaans wenselijk, maar niet noodzakelijk en worden daarom niet vergoed. 6.2.3 Sportvoorziening Sporten kan een belangrijk middel tot participatie zijn. Wanneer het voor de cliënt zonder sporthulpmiddel niet mogelijk is om een sport te beoefenen en de kosten hiervoor aanzienlijk hoger zijn - dan de gebruikelijke kosten die een persoon zonder beperkingen heeft voor dezelfde (of een vergelijkbare)sport - kan een sportvoorziening worden verstrekt. Dat kan een sportrolstoel zijn maar ook een ander hulpmiddel. De aanvrager moet aantonen dat er sprake is van een actieve sportbeoefening. De ervaring leert dat sportclubs, sponsors of fondsen vaak bereid zijn een deel van de kosten te vergoeden. Bovendien kost sporten zonder beperking ook geld dus mag van de aanvrager zelf ook worden verwacht dat hij een deel van de kosten draagt. 6.2.4 Financiële tegemoetkoming Een inwoner met beperkingen kan voor een zelf te bepalen sportvoorziening of aanpassing van een sportvoorziening een financiële tegemoetkoming ontvangen. Deze is bedoeld voor de kosten van de aanschaf en het onderhoud van de sportvoorziening. Voor een sportvoorziening wordt een eigen bijdrage betaald totdat de kostprijs van de voorziening is bereikt of tot het moment dat de voorziening is afgeschreven, als dit moment eerder ligt.

Rechtspraak bij dit artikel