Naar hoofdinhoud
1.. De zittingsperiode van commissieleden als genoemd in het artikel 3 eerste lid onder a. en b. en de commissievoorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad. 2.. Het lidmaatschap van een commissielid eindigt direct in ieder geval als de vaste standplaatsvergunning wordt ingetrokken dan wel komt te vervallen; 3.. De commissie kan haar commissievoorzitter ontslaan; 4.. Een commissielid en -voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan het college. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd; 5.. Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist het gezag dat het commissielid vertegenwoordigde, zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel