Het bevoegd gezag kan aan de vergunning het voorschrift verbinden dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen een houtopstand van een bepaalde soort op een bepaalde locatie moet worden herplant. Hiervoor gebruikt het bevoegd gezag de compensatietabel uit de bijlage.
Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan wordt daarbij tevens bepaald op welke wijze en binnen welke termijn niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen. Wordt geen termijn genoemd, dan moet de herplant binnen twee jaar zijn geschiedt.
De vergunninghouder en zijn rechtsopvolgers zijn gehouden de herplant en eventueel vervangende herplant in stand te houden. Voor het vellen van een houtopstand welke door het vervullen van de herplantplicht is geplant, vergunning nodig als bedoeld in artikel 2:5 lid 2, ongeacht de diameter van de houtopstand (– oftewel – het bepaalde in lid 3 onder a van dat artikel is niet van toepassing).
Het bevoegd gezag kan indien het bevoegd gezag van oordeel is dat herplant niet mogelijk is, aan de vergunning het voorschrift verbinden dat een financiële bijdrage wordt gestort in het Compensatiefonds. De gelden in dit fonds worden gebruikt voor nog aan te planten nieuwe bomen en/of natuur.
De hoogte van de financiële bijdrage als bedoeld in het derde lid is de optelsom van de voorbereidingskosten, de uitvoeringskosten van aanplant en instandhouding, de kosten van aanschaf van plantmateriaal, en de kosten van nazorg van de houtopstand die volgens de compensatietabel zou moeten worden herplant, gelet op de te vellen of gevelde boom.
Het bevoegd gezag kan aan de vergunning het voorschrift verbinden dat van de vergunning geen gebruik mag worden gemaakt totdat andere vergunningen of ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk geworden zijn of de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is.
HOOFDSTUK › paragraaf 2
Artikel 2:8:
Herplant- en instandhoudingsplicht
Onderdeel van Verordening Leefomgeving Midden-Drenthe 2020