Het volgens artikel 3 bevoegde college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de cliënt en zijn situatie en maakt met hem een afspraak voor een gesprek..
Voor of tijdens het gesprek verschaft de cliënt aan het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college hiervoor nodig zijn en waarover de cliënt redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. De cliënt verstrekt in ieder geval op verzoek een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage.
Het college kan in overleg met de cliënt afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste lid als:
de cliënt genoegzaam bekend is bij de gemeente;
een voorafgaand onderzoek gelet op het spoedeisende karakter op dat moment niet mogelijk of niet gewenst is;
als blijkt dat er sprake is van een enkelvoudige, niet gecompliceerde ondersteuningsvraag.
HOOFDSTUK 2:
Artikel 5
Vooronderzoek
Onderdeel van DE VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE WESTSTELLINGWERF 2021