**1..** Standplaatsvergunningen voor vaste standplaatsen die zijn verleend vóór inwerkingtreding van deze nadere regels, en die op het moment van inwerkingtreding van deze nadere regels nog van kracht zijn, blijven gelden.
**2..** De standplaatsvergunningen als bedoeld in het eerste lid, die voor vijf jaar zijn verleend, worden ambtshalve gewijzigd. In deze vergunningen wordt opgenomen dat zij gelden voor een periode van twaalf jaar.
** 3. .** Onverminderd het bepaalde in het tweede lid kunnen de standplaatsvergunningen als bedoeld in het eerste lid worden gewijzigd door nieuwe voorschriften toe te voegen en/of de situering van de standplaats te wijzigen, voor zover dit nodig is om aan deze nadere regels te kunnen voldoen.
** 4. .** Als binnen een gebied reeds meer standplaatsvergunningen zijn verleend dan het maximumstelsel toelaat, wordt niet eerder een nieuwe standplaatsvergunning verleend dan zodra wordt voldaan aan het maximumstelsel (bijvoorbeeld door het vervallen of intrekken van eerdere standplaatsvergunningen).
** 5. .** Het genoemde in het eerste lid is niet van toepassing als door het college uitvoering wordt gegeven aan artikel 6:2.