Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Eisen aan energiezuinigheid en bescherming milieu

Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent het warmteplan Strandeiland fase 1

5.1 Energiezuinigheid - energieprestatie distributienet Voor de bepaling van de energiezuinigheid van het in dit warmteplan beschreven warmte en voorziening is de EOR uit de vigerende EMG verklaring van Stichting Bureau Controle en Registratie Gelijkwaardigheid (hierna genoemd als Bureau CRG) bepalend. Deze verklaring is op te vragen bij de warmte-koude exploitant of via Bureau CRG (www.bcrg.nl) . Totdat er een vigerende EMG verklaring is, is een minimale EOR voor warmte – en koudelevering bepaald van 2,69 (269%) bij een gemiddeld opwekkingsrendement voor elektriciteit van 69% conform NTA 88003Afhankelijk van de ontwikkeling van wet- en regelgeving in de komende jaren zal de rekensystematiek geënt worden op de nieuwe rekenmethodiek voor energieprestatie NTA 8800. . De berekening is opgenomen in bijlage IV4NB warmte- en koude opwekking zijn bij dit systeem onlosmakelijk met elkaar verbonden 5.2 Bescherming van het milieu Voor de bescherming van het milieu beschouwt het warmteplan: CO2-emissie. Het alternatief moet een CO2-emissie realiseren die gelijk of lager is dan de CO2-emissies van de referentie. Hierbij dient te worden gekeken naar de energiestromen en de bijbehorende CO2-uitstoot daarvan. Emissie van NOx / stikstof. Het alternatief mag binnen het gebied van het warmteplan de uitstoot van stikstof niet verhogen. Emissie van fijnstof. Een alternatief mag binnen de Metropool Regio Amsterdam én binnen het gebied van het warmteplan de achtergrondconcentraties van fijnstof niet verhogen. Dit criterium sluit aan bij de gemeentelijke doelstelling om de fijnstofemissie te reduceren5Agenda Duurzaam 2015 . Geluidsbelasting . Aanvrager moet aantonen dat de geluidsproductie van het alternatief onder wettelijke langtijdgemiddelde geluiddrukniveau de richtwaarde van 35 dB(A) op dichtstbijzijnde gevel van derden niet overschrijdt6Dit is een strengere eis dan die in het Activiteitenbesluit is opgenomen. Het college van burgemeester en wethouders te mandateren om na gunning van de concessieovereenkomst voor de levering van warmte en koude het Warmteplan Strandeiland fase 1 te wijzigen op het onderdeel EOR. Het college van burgemeester en wethouders om de ingangsdatum van het Warmteplan vast te stellen en deze ingangsdatum optimaal af te stemmen op de gebiedsontwikkeling.

Rechtspraak bij dit artikel