Naar hoofdinhoud
Ten aanzien van het afwijken van de locatie (artikel 3) gelden de volgende kaders; Indien het terras op andere plekken voorgesteld wordt dan direct aangrenzend aan het horecabedrijf is dat mogelijk, maar dit kan alleen als de veiligheid niet in het geding is en er voldoende toezicht is op het terras. Hieromtrent kunnen nadere voorschriften worden gesteld. Voor terrassen in parken en groenstroken geldt dat moet worden aangetoond dat de flora en fauna hierdoor niet (onherstelbaar) in het geding komt én de ondernemer bij de aanvraag aangeeft op welke wijze hij schade aan het park of groenstrook zoveel mogelijk voorkomt en herstelt (denk aan gebruik van terras en routes voor bezoekers op verharde delen). Eventuele schade moet voor rekening en risico van de initiatiefnemers worden hersteld. Terrassen op of bij bijzondere locaties zoals parken, in de buurt van historisch erfgoed, bij locaties waar de woonfunctie dominant is of in de buurt van recreatieve voorzieningen worden op wenselijkheid integraal getoetst in samenspraak met de gemeentelijke gebiedsteams. Voor woonlocaties geldt dat er voldoende draagvlak moet worden georganiseerd onder omwonenden. Voldoende draagvlak voor het initiatief kan blijken uit de wijze waarop contact is geweest met omwonenden, wat de uitkomsten zijn van deze contacten en welke beheersmaatregelen worden getroffen voor het behoud van leefbaarheid. Hierbij valt te denken aan specifieke afspraken en voorwaarden die zijn overeengekomen (denk aan sluitingstijden). De ondernemer zal duidelijk moeten maken op welke wijze hij hinder voor de directe omgeving zoveel mogelijk wil voorkomen. Dit alles moet de ondernemer schriftelijk vastleggen en insturen bij zijn aanvraag voor de exploitatievergunning voor het tijdelijke terras. Daarnaast kan voldoende draagvlak blijken door het ontbreken van klachten tijdens de gedoogperiode. Pas na een afweging van de belangen volgt een beslissing op het al dan niet meewerken aan de vergunning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel