Naar hoofdinhoud
1.. Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet (PW) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 2.. In deze beleidsregels bedoelen we met a. bijstandsnorm de bijstandsuitkering die u zou krijgen als u onvoldoende inkomen had om in uw levensonderhoud te voorzien. De hoogte van deze uitkering wordt berekend aan de hand van de participatiewet (artikel 20 tot en met 24). b. bijzondere bijstand Bijzondere bijstand is een uitkering waarmee u extra en bijzondere kosten kunt betalen (artikel 35 Participatiewet) c. duurzame gebruiksgoederen goederen die in elk huishouden nodig zijn en een lange levensduur kennen (zoals koelkast of wasmachine) d. IIT de regeling Individuele Inkomenstoeslag e. IST de regeling Individuele Studietoeslag f. MAB de maatschappelijk actief bonus g. Nibud nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting h. Periodieke bijzondere bijstand een maandelijks bijstandsuitkering waarmee u extra en bijzondere kosten kunt betalen die elke maand weer terugkomen (zoals bijvoorbeeld budgetbeheer) i. PPP de regeling Persoonlijk Participatiebudget Pensioengerechtigden j. Pw de Participatiewet k. Wlz de Wet langdurige zorg l. Wmo de Wet maatschappelijke ondersteuning m. WSNP de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen n. Zvw de Zorgverzekeringswet

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel