Naar hoofdinhoud
De cliënt kan een hulphond, loophulpmiddel, rolstoel of scootmobiel meenemen in het collectieve vervoer. Hierbij mag een cliënt alleen een hulpmiddel meenemen in de taxi als de cliënt een indicatie heeft waaruit blijkt dat het meenemen van het hulpmiddel medisch noodzakelijk is. Als het gaat om een hulpmiddel dat als bagage kan worden meegenomen, bijvoorbeeld en rollator, hoeft hier geen indicatie voor zijn afgegeven. Bij de reservering moet de reiziger duidelijk aangeven wat er meegaat. De indicatie om een hulpmiddel mee te mogen nemen wordt door de Wmo consulent afgegeven als: De cliënt niet zonder het hulpmiddel niet kan verplaatsen op de plaats van bestemming (bijvoorbeeld in een rolstoel of lopend). De cliënt het hulpmiddel niet mee kan nemen in het collectief vervoer, waardoor de plaats van bestemming kan niet worden bereikt Heeft een cliënt een rolstoelindicatie (niet opklapbaar), dan moet ook altijd met een rolstoel gereisd worden. Een pashouder in een scootmobiel mag niet op de scootmobiel blijven zitten als deze in het voertuig geplaatst wordt en moet altijd plaats nemen op een reguliere zitplaats in het voertuig.

Rechtspraak bij dit artikel