Een pgb vertegenwoordigt de geldwaarde van een maatwerkvoorziening die het college in natura zou verstrekken aan de cliënt. Dat betekent dat met het toegekende pgb tenminste de maatwerkvoorziening die als goedkoopst passende bijdrage kan worden aangemerkt ingekocht moet kunnen worden. Dat betekent dus dat de indicatie (mede) bepalend is voor de hoogte van het pgb. Om in aanmerking te komen voor een pgb moet zijn voldaan aan een aantal wettelijke voorwaarden en de bepalingen daarover in de verordening. Uit de wet volgt dat het college geen ondersteuningsplicht heeft in het buitenland. De cliënt moet om een pgb verzoeken. Dat wil zeggen dat het college zowel beslist op het verzoek om ondersteuning als ook op de leveringsvorm pgb. Als de cliënt voor een pgb in aanmerking wenst te komen dan beoordeelt het college eerst welke bepalingen in de verordening van toepassing kunnen zijn op de situatie.