Naar hoofdinhoud
Een persoon is niet in staat de aan een Pgb verbonden taken verantwoord uit te voeren indien er bij de persoon sprake is van een of meerdere van de volgende omstandigheden: Schuldenproblematiek; Ernstige verslavingsproblematiek; Aangetoonde fraude begaan in de vier jaar voorafgaande aan de aanvraag; Een aanmerkelijke verstandelijke beperking; Een ernstig psychiatrisch ziektebeeld; Vastgestelde blijvende cognitieve stoornis; Het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal, in woord en geschrift; Twijfels op andere gronden over de Pgb-vaardigheid; Indien een cliënt niet zelfstandig zijn belangen kan behartigen en de aan een Pgb verbonden taken kan uitoefenen kan een cliënt zich laten vertegenwoordigen door een Pgb-beheerder. De volgende partijen kunnen in aanmerking komen als Pgb-beheerder: Eerste- of tweedegraads familielid; Mentor, curator, bewindvoerder. Het is hierbij belangrijk om te benoemen dat de zorgverlener van de cliënt niet in aanmerking komt om het Pgb van de cliënt te beheren. Dit is omdat er geen financiële relatie mag bestaan tussen de cliënt en beheerder, en gezien het belang van de cliënt centraal moet staan. Deze twee eisen zouden in deze situatie niet te waarborgen zijn. Het uitgangspunt hierbij is dat er geen belangenverstrengeling tussen de Pgb-beheerder en Pgb-aanbieder mag ontstaat. Zo mag dus ook niet een kennis of familielid van de professionele aanbieder het Pgb beheren. De cliënt krijgt bij de aanvraag van het Pgb twee keer de mogelijkheid om een geschikte Pgb-beheerder aan te dragen. Mocht er hierbij geen geschikte beheerder worden aangesteld, kan het zijn dat de cliënt ondersteuning in natura zal ontvangen, in plaats van het aangevraagde Pgb.

Rechtspraak bij dit artikel