Het college stelt de volgende eisen inzake materiële controle en fraudeonderzoek:
Het college is gerechtigd tot materiële controle en tot fraudeonderzoek en dit, te
verrichten op de wijze zoals aangeduid in hoofdstuk 6 van de Wmo 2015;
De gemeenten zijn gehouden eerst de lichtste instrumenten ter controle van gedeclareerde ondersteuning in te zetten – statistische analyse, administratieve organisatie en/of interne controle (AO/IC)of bestuurdersverklaring, verbandcontrole – alvorens zwaardere controle-instrumenten als detailcontrole toe te passen;
Detailcontrole in opdracht van het college mag uitsluitend worden uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van een ter zake deskundige met een beroepsgeheim;
Het college mag in elk geval niet meer gegevens (doen) verzamelen dan, gelet op het onderzoeksdoel en de omstandigheden van het geval, noodzakelijk is;
De zorgverlener is gehouden kosteloos medewerking te verlenen aan (materiële) controle welke met inachtneming van voorgaande leden wordt uitgevoerd.
Hoofdstuk 15.
Artikel 15.2