Naar hoofdinhoud
De wet schrijft voor dat het college een onderzoek doet naar de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als de cliënt dat bij het college heeft gemeld. De onderwerpen die tijdens het onderzoek aan bod moeten komen zijn neergelegd in artikel 2.3.2 vierde lid van de wet. Stappenplan In CRVB:2018:819 heeft de Centrale Raad van Beroep zich voor het eerst uitgesproken over (onder meer) de vraag waar een onderzoek van het college aan moet voldoen wanneer een burger zich meldt met een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning. Wanneer een melding wordt gedaan voor maatschappelijke ondersteuning moet het college allereerst vaststellen: Wat de hulpvraag is; Welke problemen worden ondervonden bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, dan wel het zich kunnen handhaven in de samenleving, in geval van beschermd wonen en opvang; Wanneer die problemen voldoende concreet in kaart zijn gebracht, kan worden bepaald welke ondersteuning naar aard en omvang nodig is. het onderzoek moet er vervolgens opgericht zijn of en in hoeverre: De eigen kracht; Gebruikelijke hulp; Mantelzorg; Ondersteuning door andere personen uit het sociale netwerk; Voorliggende (algemene) voorzieningen; Algemeen gebruikelijke voorzieningen, de nodige hulp en ondersteuning kunnen bieden. Zijn die mogelijkheden ontoereikend, dan zal het college een maatwerkvoorziening moeten verlenen. Wanneer het onderzoek naar de nodige ondersteuning specifieke deskundigheid vereist, mag een specifiek deskundig oordeel en advies niet ontbreken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel