Naar hoofdinhoud
Na afronding van het onderzoek wordt er al dan niet een maatwerkvoorziening toegekend. Als bewijs van het al dan niet toekennen van een individuele voorziening door de gemeente, of het tussentijds wijzigen van de rechten en plichten rondom een maatwerkvoorziening, zal het college een beschikking afgeven. De cliënt moet met de beschikking de informatie krijgen die nodig is om hun rechtspositie te bepalen en te begrijpen. Hiervoor is nodig dat de beschikking de cliënt goed en volledig informeert. In de beschikking voor het verstrekken van een maatwerkvoorziening wordt daarom het volgende vastgelegd: De maatwerkvoorziening die wordt verstrekt; Het beoogde resultaat daarvan; De ingangsdatum en duur van de verstrekking; Indien van toepassing de directe tijd die met de voorziening gepaard gaat; Een zo concreet als nodige beschrijving van de toegekende zorg of voorziening; Of de maatwerkvoorziening in natura of in pgb wordt verstrekt, en indien van toepassing; Welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn en welk resultaat daarmee wordt beoogd. Het ondersteuningsplan maakt onderdeel uit van de beschikking (zie art. 8.1 van de verordening). Hierdoor kunnen de bovenstaande punten ook in het ondersteuningsplan opgenomen staan. Het ingevulde resultatenoverzicht door de gemeente en de zorgaanbieder, waarin onder andere is vastgelegd aan welke resultaten gewerkt gaat worden, kan ook onderdeel zijn van de beschikking. De beschikking dient volgens artikel 4:13 van de Awb te worden afgegeven binnen een redelijke termijn van acht weken na ontvangst van de melding. Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, dient het bestuursorgaan dit binnen deze termijn aan de aanvrager mede te delen en daarbij een redelijk termijn te noemen waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien (zie art. 4:14, derde lid, van de Awb). Dit termijn is een maximumtermijn. Indien nodig kan na een melding binnen enkele dagen een individuele voorziening worden verstrekt. In complexe situaties zal in de regel in het belang van een zorgvuldig onderzoek een langere termijn nodig zijn. Bijvoorbeeld, indien een langer durend diagnosetraject benodigd is, kan dit ook tot een wat langere afhandelingsduur van de melding leiden. Bij een besluit tot toekenning van een maatwerkvoorziening wordt de beschikking afgegeven met een vastgestelde geldigheidsduur. De geldigheidsduur is tot het moment waarop de consulent de indicatie heeft afgegeven en het college hiervan op de hoogte heeft gesteld. Echter kan er een reden zijn om de indicatie voortijdig te beëindigen. Dit kan bijvoorbeeld bij het eerder behalen van het resultaat, cliënt staat niet meer open voor de ondersteuning. Bezwaar en beroep In de beschikking wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt. De mogelijkheid om bezwaar in te dienen tegen de beschikking en ook de daarop volgende mogelijkheid van beroep bij de rechter is geregeld in de Awb (zie art. 6.4) en geldt in beginsel voor alle beschikkingen. Tijdige informatie bij eindigen indicatie Het college informeert de client minstens 8 weken voordat de indicatie eindigt. Dit doen we door evaluatie momenten in te plannen met client. De volgende stappen worden doorlopen: Bij alle indicaties vindt een tussenevaluatie plaats; Bij het afgeven van een indicatie wordt een evaluatie moment gepland; Het afnemen van een tussenevaluatie is vormvrij, dat betekent dat dit per telefoon, mail of fysieke afspraak kan etc.; Na alle evaluaties vindt er een korte terugkoppeling plaats, waar de cliënt over wordt geïnformeerd. Frequentie van de evaluatie Bij een indicatie korter dan een jaar vindt de vormvrije tussenevaluatie op de helft van de indicatietermijn plaats. 8 weken voor het einde van de indicatie vindt er opnieuw een evaluatie plaats. Bij een indicatie langer dan 1 jaar vindt de vormvrije tussenevaluatie op de helft van de indicatietermijn plaats. Waanneer de integraal consulent, zorgaanbieder of cliënt dit nodig vinden vindt er nogmaals voor het einde van de indicatie een evaluatiemoment plaats. Minimaal 8 weken voor afloop van de indicatie vindt er een eindevaluatie plaats met aanbieder en cliënt. Bij een indicatie voor onbepaalde tijd wordt de voortgang minimaal om de 3 jaar getoetst door middel van een vormvrije tussenevaluatie. Wanneer de zorgaanbieder of cliënt dit nodig vinden, vindt er vaker een evaluatie plaats.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel