Naar hoofdinhoud
Een cliënt kan uitsluitend voor een aanpassing van de woning in aanmerking komen als verhuizing niet mogelijk is, of niet de goedkoopst adequate oplossing is. Daarnaast is er de eis dat de woning 10 jaar na de woningaanpassing adequaat blijft voor de cliënt om in te verblijven; de woning moet op het moment van toetsing worden aangemerkt als adequaat. Een woning wordt aangemerkt als langdurig adequaat wanneer de woning langdurig past bij de extra behoeftes die een cliënt heeft, en deze woning niet op een later moment meer aanpassingen moet ondergaan om de cliënt een passende en leefbaar woonomgeving te bieden. Hierbij dient nadrukkelijk gekeken te worden naar de persoonskenmerken en de mate waarin de aanvrager de noodzaak tot hulp of voorzieningen had kunnen voorzien. Als uiteindelijk een maatwerkvoorziening nodig is wordt wel - onveranderd- de goedkoopst adequate voorziening verstrekt. Bij met name grote woningaanpassingen dient de afweging worden gemaakt of dit de goedkoopst adequate oplossing is. Om te objectiveren wat grote woningaanpassingen zijn en richting te geven zal nog steeds het verhuisprimaatbedrag (zie Besluit maatschappelijke ondersteuning) worden gehanteerd. Als de kosten boven dit bedrag komen en er geen sprake is van zwaarwegende redenen, worden geen woningaanpassingen toegekend. De cliënt wordt geadviseerd te verhuizen naar een geschikte woonruimte en wordt eventueel – indien nodig- ondersteuning geboden bij het vinden van geschikte woonruimte. Er wordt een medische urgentie afgegeven. Ook zal er beoordeeld worden of de cliënt in aanmerking komt voor een onkostenvergoeding om te verhuizen. Kenmerken waarnaar gekeken moet worden bij de afweging of de verhuisplicht kan worden toegepast zijn: Aanwezigheid van aangepaste of eenvoudig aan te passen woonruimten; Vergelijking aanpassingskosten huidige – versus nieuwe woonruimte; Volkshuisvestelijke afwegingen; Woonlastenconsequenties van de verschillende opties. Hierbij moet ook rekening gehouden worden met de capaciteit van aanvrager om uit een oogpunt van kosten zelf in maatregelen te voorzien; Snelheid waarmee het woonprobleem kan worden opgelost; Sociale omstandigheden De binding die een cliënt heeft met de buurt; De aanwezigheid van familie en/of vrienden; De gezondheidssituatie van de partner; De aanwezigheid en afstand tot verschillende voorzieningen zoals winkels, het ziekenhuis, enz.; De mantelzorg die door de verhuizing zou wegvallen. Integrale afweging verschillende Wmo-voorzieningen (met name vervoersvoorzieningen); Werksituatie, vooral de afstand tot het werk; De gehandicapte of de aanvrager eigenaar van de woonruimte is.

Rechtspraak bij dit artikel