**1..** Het college kan in geval van nieuwe uitspraken beschermingsbewind plus schuldenbewind advies uitbrengen over de vraag of het voortzetten van het ingestelde bewind gewenst is. De Wet adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind is ingevoerd zodat het college zijn regierol rondom schuldhulpverlening beter kan vormgeven. In dit kader is het dan ook aan te raden dat een specialist op het gebied van schuldhulpverlening het advies uitbrengt.
**2..** Het college moet de betreffende rechtbank op de hoogte brengen van het feit dat zij gebruik wil maken van het adviesrecht. De bewindvoerder is vervolgens verplicht om de gemeente binnen twee weken te informeren over de instelling van het bewind.
**3..** De bewindvoerder is verplicht om binnen drie maanden na de instelling van het schuldenbewind een afschrift van de boedelbeschrijving en een plan van aanpak naar het college te sturen. Als het bewind is ingesteld vanwege lichamelijke of geestelijke toestand, dan kan de rechter deze verplichting ook opleggen aan de bewindvoerder, maar dit zal niet standaard gebeuren. Maximaal vier weken nadat het college de gegevens van de bewindvoerder heeft ontvangen, kan het college een advies aan de rechtbank (griffier) uitbrengen.
**4..** Het college kan het advies uitbrengen aan de hand van de boedelbeschrijving en het plan van aanpak. Maar in sommige gevallen is het lastig om op basis van deze feitelijke informatie een passend advies uit te brengen. Dan kan het gewenst zijn om een gesprek te initiëren tussen de inwoner, de adviseur van de gemeente en eventueel de beschermingsbewindvoerder.
**5..** Het doel van de Wet adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind is onder andere het bevorderen van de samenwerking tussen gemeenten, bewindvoerders en rechtbanken. De wet staat pilots, convenanten en andere initiatieven dan ook niet in de weg. Het college is vrij om afspraken te maken met bewindvoerders en rechtbanken over op welke manier er passender advies kan worden gegeven.
**6..** Het college adviseert de rechter op de vraag of het beschermingsbewind de meest passende ondersteuning biedt aan de inwoner, of dat een minder verstrekkende voorziening een beter alternatief is. Als het college een lichtere vorm van ondersteuning adviseert, zal dit goed onderbouwd moeten worden. Het college dient in ieder geval te vermelden:
welke ondersteuning kan worden aangeboden;
wat de ondersteuning precies inhoudt;
waarom dit aanbod volgens het college passend is;
op welke termijn de ondersteuning van start kan gaan.
Artikel 13.