Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot beëindiging van de schuldhulpverlening:
indien het traject succesvol beëindigd is, omdat:
de client in staat is om zijn schulden (weer) zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren;
het plan van aanpak volledig is uitgevoerd en afgerond, inclusief de nazorg;
danwel indien het traject tussentijds wordt afgebroken, omdat:
de client zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden verband houdend met de gemeentelijke schuldhulpverlening, misdraagt;
op grond van – zo later is gebleken – onjuiste gegevens schuldhulpverlening aan verzoeker is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen;
de client zijn beschikbare aflossingscapaciteit of vermogen niet volledig wil gebruiken voor de aflossing van zijn schulden;
de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van client niet (langer) passend is;
schuldeiser(s) hun medewerking weigeren aan een minnelijke schuldregeling;
de client failliet is verklaard.