Naar hoofdinhoud
Zie voor de verlagingen de Maatregelenverordening. Het verlagen van de bijstand in het kader van de IOAW en IOAZ bij schending van verplichtingen Op grond van de Maatregelenverordening worden de volgende verlagingen toegepast: Hoogte en duur van de verlaging Gedraging 10% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand Eerste categorie het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het UWV Werkbedrijf of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; 20% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand Tweede categorie het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling; het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening als bedoeld in artikel 36 lid 1 IOAW en artikel 37 lid 1 onderdeel e IOAW of artikel 36 lid 1 IOAZ en artikel 37 lid 1 onderdeel e IOAZ, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening; het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen als bedoeld in artikel 37 lid 1 onderdeel e IOAW of artikel 37 lid 1 onderdeel e IOAZ niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 38 lid 1 IOAW of artikel 38 lid 1 IOAZ; het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 37 lid 1 onderdeel f IOAW of artikel 37 lid 1 onderdeel f IOAZ. 100% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand Derde categorie het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen; het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid; het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid als bedoeld in artikel 20 lid 1 onderdelen a of b IOAW of artikel 20 lid 2 onderdelen a of b IOAZ; het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 36 lid 1 IOAW en artikel 37 lid 1 onderdeel e IOAW of artikel 36 lid 1 IOAZ en artikel 37 lid 1 onderdeel e IOAZ, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening. 100% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand Zeer ernstige gedragingen tegenover het college of zijn ambtenaren onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de IOAW of IOAZ. Besluit In het besluit tot het opleggen van een verlaging van de uitkering worden in ieder geval vermeld: de reden van de verlaging; de duur van de verlaging; het percentage waarmee de uitkering wordt verlaagd; en indien van toepassing, de reden om af te wijken van de standaardverlaging. Samenloop Eén gedraging, schending meerdere verplichtingen Als sprake is van één gedraging die schending oplevert van meerdere in deze verordening genoemde verplichtingen, wordt één verlaging opgelegd. Voor het bepalen van de hoogte en duur van de verlaging wordt uitgegaan van de gedraging waarop de hoogste verlaging is gesteld. Meerdere gedragingen, schending één of meerdere verplichtingen Als sprake is van meerdere gedragingen die schending opleveren van één of meerdere in deze verordening genoemde verplichtingen, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd. Deze verlagingen worden gelijktijdig opgelegd, tenzij dit gelet op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de belanghebbende niet verantwoord is. Samenloop met bestuurlijke boete (één gedraging) Als sprake is van één gedraging die schending oplevert van zowel een in deze verordening genoemde verplichting als een in artikel 17 lid 1 Participatiewet genoemde verplichting, wordt geen verlaging opgelegd, voor zover voor die schending een bestuurlijke boete wordt opgelegd. Samenloop met bestuurlijke boete (meerdere gedragingen) Als sprake is van meerdere gedragingen die schending opleveren van zowel een in deze verordening genoemde verplichting als een in artikel 17 lid 1 Participatiewet genoemde verplichting, waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd, tenzij dit gelet op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de belanghebbende niet verantwoord is. Samenloop bij weigeren uitkering IOAW/IOAZ Als het college de uitkering op grond van artikel 20 lid 1 IOAW of artikel 20 lid 2 IOAZ blijvend of tijdelijk weigert en de gedraging die tot deze weigering heeft geleid tevens op grond van deze verordening tot een verlaging zou kunnen leiden, blijft een verlaging ter zake van die gedraging achterwege. Recidive Verdubbeling van de duur van de oorspronkelijke verlaging Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast (of waarmee is afgezien van een verlaging) opnieuw schuldig maakt aan eenzelfde verwijtbare gedraging, wordt telkens de duur van de oorspronkelijke verlaging verdubbeld. Het betreft: gedragingen tweede en derde categorie; Verdubbeling van de hoogte van de oorspronkelijke verlaging Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast (of waarmee is afgezien van een verlaging) vanwege een gedraging als bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, 7, eerste lid of 11 opnieuw schuldig maakt aan eenzelfde verwijtbare gedraging, wordt telkens de hoogte van de oorspronkelijke verlaging verdubbeld. Het betreft: gedragingen eerste categorie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel