De verwijtbaarheid ten aanzien van het niet, niet tijdig of onvolledig verstrekken van de gevorderde bewijsstukken wordt altijd individueel beoordeeld. Daarbij wordt er vanuit gegaan dat belanghebbende in beginsel over alle te vorderen bewijsstukken dient te beschikken dan wel hierover (als nog) kan beschikken door deze, op eigen initiatie en voor eigen rekening, op te vragen.
Het niet, niet tijdig of onvolledig verstrekken van gevorderde bewijsstukken leidt in beginsel dan ook tot:
het buiten behandeling stellen van de aanvraag met in achtneming van artikel 4:5 Awb of,
het opschorten van de bijstand op grond van artikel 54 Participatiewet
Artikel 4.4
Belanghebbende beschikt niet meer over bewijsstukken
Onderdeel van Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hattem houdende regels omtrent Werk & Inkomen 2021