De noodzaak van het mentorschap moet in beginsel worden aangenomen als de rechter een mentor heeft benoemd. Dit betekent dat de kosten van het mentorschap in principe ook als noodzakelijk moeten worden gezien.
De algemene bijstand voorziet niet in de kosten van mentorschap. In het kader van de bijzondere bijstand is van belang te beoordelen of de kosten zich daadwerkelijk voordoen. Als de kantonrechter geen beloning heeft vastgesteld voor de werkzaamheden van de mentor, is belanghebbende de mentor geen beloning verschuldigd. De kosten doen zich dan dus niet voor en er is geen aanleiding bijzondere bijstand te verlenen.
Evenals de onder bewindstelling kan ook het mentorschap gezien worden als een bijzondere omstandigheid (vergelijk CRvB 10-06-2008, nr. 07/06 WWB).
Er is geen voorliggende voorziening waar belanghebbende een beroep op kan doen voor de kosten van het mentorschap. Afhankelijk van de draagkracht van belanghebbende zal het college daarom in voorkomende gevallen bijzondere bijstand moeten verlenen voor de kosten van het mentorschap.
Artikel 6.52
Kosten mentorschap
Onderdeel van Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hattem houdende regels omtrent Werk & Inkomen 2021