Naar hoofdinhoud
Het college berekent de bevoorschotting van de subsidie als volgt: 2 - 2,5 jaar (wenperiode): per doelgroeppeuter met kinderopvangstoeslag (VVE KOT): ((geschat af te nemen aantal VVE uren met ouderbijdrage) x (VVE-uurtarief - fiscaal maximaal uurtarief)). per doelgroeppeuter zonder kinderopvangstoeslag (VVE niet-KOT): ((geschat af te nemen aantal VVE uren met ouderbijdrage) x (VVE-uurtarief – gemiddelde ouderbijdrage eerste VVE-uren niet KOT)). 2,5 - 4 jaar: Reguliere peuters met kinderopvangtoeslag (niet VVE wel KOT): (geschat aantal peuters x 0). per doelgroeppeuter, waarvan de ouder(s) geen recht hebben op kinderopvangtoeslag (niet VVE niet KOT): ((geschat af te nemen aantal uren ) x (fiscaal maximaal uurtarief - gemiddelde ouderbijdrage niet VVE niet KOT)). per doelgroeppeuter met kinderopvangstoeslag (VVE KOT): ((geschat af te nemen aantal VVE uren met ouderbijdrage) x (VVE-uurtarief - fiscaal maximaal uurtarief)) + (geschat af te nemen aantal VVE-uren zonder ouderbijdrage) x (VVE- uurtarief)). per doelgroeppeuter zonder kinderopvangstoeslag (VVE niet-KOT): ((geschat af te nemen aantal VVE uren met ouderbijdrage) x (VVE-uurtarief – gemiddelde ouderbijdrage eerste VVE-uren niet KOT) + (geschat af te nemen aantal VVE-uren zonder ouderbijdrage x VVE-uurtarief)). De berekening van de subsidie voor de peuters die volledige door de ouders betaalde dagopvang genieten en gedurende deze dagopvang tevens op indicatie door het CJG VVE krijgen, is € 1.500 maal het aantal peuters. De eenmalige subsidie voor opleidingskosten wordt in de periode 2021-2022 berekend door € 2.500 te vermenigvuldigen met het aantal (pedagogisch) medewerkers. Of na deze periode € 2.500 maal 1.

Rechtspraak bij dit artikel