Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3:

Artikel 12.

Uitgangspunten voor de prijs/ tariefsbepalingen pgb

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Soest 2021

In de berekeningen van de pgb-hoogte worden de volgende uitgangspunten ten aanzien van de te hanteren prijzen/ tarieven gehanteerd: In geval van een product (zoals hulpmiddel): op basis van de kostprijs van het product dat de cliënt zou hebben ontvangen als dit product in natura zou zijn verstrekt (goedkoopst passend door de door de gemeente gecontracteerde aanbieder) en rekening houdende met een reële termijn voor de technische afschrijving en de onderhouds- en verzekeringskosten; In geval van taxi- en rolstoeltaxivervoer en auto: op basis van normbedragen (afhankelijk van vervoersbehoefte) op basis het in de regio gangbare toepasselijke tarief, uitgaande van maximaal 2000 kilometers per jaar; In geval van een niet in natura beschikbare maatwerkvoorziening anders dan vervoer: op basis van het laagste tarief dat is vermeld in opgevraagde of geaccepteerde offerte(s) en/ of op basis van normbedragen, gepubliceerd in het Financieel Besluit Jeugd en Wmo Soest; In geval van hulp bij het huishouden: bij uitvoering door professionals in dienst van een instelling: op basis van 90 % van het door het college vastgestelde zorg in natura tarief voor het betreffende product/ dienst van gecontracteerde aanbieders dan wel op basis van het laagst toepasselijke tarief van een gecontracteerde aanbieder; bij uitvoering door particulieren: op basis van een tarief dat gebruikelijk is in de markt. In geval van te onderscheiden typen dagbesteding (met en zonder vervoer), en de bouwblokken respijtverblijf/ Time out volwassenen en ambulante begeleiding volwassenen: bij uitvoering door professionals in dienst van een instelling: op basis van 90 % van het door het college vastgestelde zorg in natura tarief voor het betreffende product/ dienst van gecontracteerde aanbieders; bij uitvoering door professionals niet in dienst van een instelling (zzp-er): op basis van 75% van het door het college vastgestelde zorg in natura tarief voor het betreffende product/ dienst van gecontracteerde aanbieders; bij uitvoering door niet-professionals: op basis van 50% van het door het college vastgestelde zorg in natura tarief voor het betreffende product/ dienst van gecontracteerde aanbieders. In geval van beschermd wonen: Op basis van het van toepassing zijnde zorgarrangement en – bij professionals in dienst van een instelling – 90% van het zorginstellingstarief. Bij deze berekening wordt uitgegaan van een all-in tarief. Er worden bij de zorgarrangementen twee zorginstellingstarieven gehanteerd, gerelateerd aan verschillen in functieniveaus; Indien sprake is van overgangsrecht geldt een tarief van 75% van het van toepassing zijnde zorginstellingstarief.

Rechtspraak bij dit artikel