Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4:

Artikel 13.

Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen in natura of als pgb en van bij verordening aangewezen algemene voorzieningen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Soest 2021

1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening (in natura of als pgb), zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een bij verordening aangewezen algemene voorziening zolang de cliënt van deze voorziening gebruik maakt. 3.. [vervallen] 4.. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen (in natura of als pgb) en voor bij verordening aangewezen algemene voorzieningen, zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 21,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen. De bijdragen worden, m.u.v. de opvang, geïnd door het CAK (artikel 2.1.4b wat de wet). 5.. Voor het gebruik van de maatwerkvoorziening vervoer (regiotaxi) geldt een eigen bijdrage per gereisde kilometer tot een vastgesteld maximum. Het geldende tarief staat in het Financieel Besluit Jeugd en Wmo Soest. 6.. De kostprijs van een: maatwerkvoorziening of bij verordening aangewezen algemene voorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening bruikleen of eigendom; pgb is gelijk aan de hoogte/ het bedrag van het verstrekte pgb. 7.. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, tweede lid, van de wet, d.w.z. de bijdragen voor een maatwerkvoorziening voor opvang worden vastgesteld en geïnd via (een of meer) door centrumgemeente Amersfoort aangewezen instantie(s). 8.. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel