Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 20.

Reiskosten

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2021 Bommelerwaard

1.. Onder gezinsleden of naaste familieleden als bedoeld in dit artikel worden verstaan: de partner of de eerste of tweede graad bloedverwanten van de aanvrager. 2.. Onder reiskosten worden in ieder geval verstaan in verband met het bezoek: Aan een gezinslid of naast familielid dat verblijft in een ziekenhuis, mits dat verblijf langdurig van aard is. Daarvan is sprake indien en voor zover het afleggen van de bezoeken langer dan twee weken voortduurt. Alleen de kosten die ná twee weken worden gemaakt, kunnen voor bijzondere bijstand in aanmerking komen. Aan een gezinslid of naast familielid die verblijft in een instelling, niet zijnde een ziekenhuis, als bedoeld in de wet of de Wet langdurige zorg of thuis wordt verzorgd dan wel verpleegd. Van de ouder(s) voor het bezoek aan de instelling, niet zijnde een ziekenhuis, waar hun kind verblijft. Aan een gedetineerd gezinslid of naast familielid in Nederland. 3.. Er bestaat recht op bijzondere bijstand voor reiskosten indien er geen sprake is van een voorliggende voorziening en deze kosten noodzakelijk zijn en voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. De reiskosten van minderjarige kinderen van de belanghebbende als bedoeld in het eerste lid kunnen ook voor bijzondere bijstand in aanmerking komen. 4.. De hoogte van de bijzondere bijstand als bedoeld in het tweede lid wordt in beginsel gebaseerd op een bezoekfrequentie van maximaal twee keer per maand. Daarbij houdt het college rekening met de aard van de relatie tussen de belanghebbende en de persoon aan wie de bezoeken worden afgelegd. 5.. Het college kan bijzondere bijstand verlenen voor de reiskosten gerekend vanaf 15 kilometer (enkele reis) voor het volgen van voortgezet onderwijs indien: Er sprake is van speciaal voortgezet onderwijs. Onder speciaal onderwijs wordt verstaan onderwijs aan kinderen die vanwege leer– of gedragsproblemen, lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke handicaps of door gedragsstoornissen extra zorg op school nodig hebben. Hierbij dient een onderscheid te worden gemaakt met bijzonder onderwijs. Dit betreft onderwijs dat vanwege een bepaalde levensbeschouwelijke (bijvoorbeeld godsdienstige, maatschappelijke of onderwijskundige) visie wordt gevolgd. Voor reiskosten naar deze vorm van onderwijs wordt geen bijzondere bijstand verstrekt omdat er aan het volgen van dit onderwijs een eigen vrijwillige keuze ten grondslag ligt. Bij het volgen van regulier voortgezet onderwijs is er geen sprake van verstrekken van bijzondere bijstand voor reiskosten omdat binnen de regio vanuit elke kern het voortgezet onderwijs binnen een redelijke reisafstand (met de fiets) te bereiken is. Een uitzondering kan gemaakt worden als een jongere vanwege een verstandelijke, psychische of lichamelijke beperking niet met de fiets naar school kan. 6.. De hoogte van de bijzondere bijstand wordt bepaald op basis van het reguliere OV-tarief 2e klas, rekening houdend met een eventuele kortingskaart. 7.. Indien het college van belanghebbende niet kan vergen dat hij/zij gebruik maakt van het OV of gebruik van het OV niet mogelijk is, bedraagt de bijzondere bijstand € 0,19 per kilometer. 8.. De bijzondere bijstand wordt om niet verleend.

Rechtspraak bij dit artikel