Naar hoofdinhoud

Artikel 4:

Handhavingsstrategie woonboten

Onderdeel van Beleidsregels aanpak nulmeting woonboten inclusief de handhavingsstrategie woonboten

Inleiding Vanwege de specifieke en soms al langer bestaande vraagstukken die spelen bij woonboten en niet varende bedrijfsvaartuigen, en vanwege de samenloop van bouw- en nautische wet- en regelgeving, bestaat de behoefte aan een handhavingsstrategie voor dit type bouwwerken. Deze strategie geeft een richtlijn voor een doelgerichte afhandeling van de handhavingsvraagstukken in geval van het ontbreken van de ligplaatsvergunning en/of overtredingen op het gebied van maatvoering in relatie tot planologisch gebruik, welstand en nautische veiligheid. Deze handhavingsstrategie is aanvullend op het Handhavingsbeleid Wabo 2017-2018 van de gemeente Amsterdam en is van toepassing op alle woonboten en niet-varende bedrijfsvaartuigen. Kaders Een niet-limitatieve opsomming van de te gebruiken kaders voor woonboten is: Overgangsrecht Wet verduidelijking voorschriften woonboten (Wvvw) (bestaande Vob-vergunning voor ligplaatsen of vervanging/verbouwing). Bouwbesluit 2012 (technische eisen). Woningwet (zorgplicht artikel 1A). Wet basisregistratie adressen en gebouwen / Verordening Basisinformatie 2018. Dienstenrichtlijn (bij verhuur, in relatie tot lopende rechtszaak hieromtrent). Bestemmingsplannen (let op: voor nieuwe woonboten is géén kruimelgevallenregeling). Paraplubestemmingsplan Drijvende bouwwerken Nota Welstand op het Water. Woonbotenbeleid van stadsdelen waarvan de geldigheid is verlengd door B&W in december 2017. Verordening op het binnenwater 2010 (inclusief anti-hop beding). Beleidslijn gemeente Amsterdam voor de omgevingsvergunning (bouwactiviteit) in het kader van de Wet Bibob Beleidslijn gemeente Amsterdam voor vastgoedtransacties in het kader van de Wet Bibob. Regeling doorvaartprofielen binnenwateren Amsterdam 2008. Onderwaterprofielen. Keur. Hoogwaterbemalingsgebied. Herontwikkelings- en transformatieplannen. N.B. Het gedoogkader woonboten uit 2015-2017 is geëindigd bij de inwerkingtreding van de Wvvw per 1 januari 2018 Meetwijzen Bij de handhaving worden twee verschillende meetwijzen gehanteerd. Nautische toetsing Voor de nautische toetsing van woonboten op grond van de Vob wordt de meetinstructie ‘Meten is Weten’ gehanteerd. Deze meetinstructie is staande praktijk en wordt al sinds 2005 gebruikt voor de ligplaatsvergunningen voor woonboten. De meetinstructie ‘Meten is Weten’ is opgesteld door het projectbureau Wonen op het water. Dit projectbureau is in 2002 in opdracht van de toenmalige wethouder Waterbeheer van start gegaan. Het doel hiervan was het oplossen van een aantal langlopende knelpunten met betrekking tot de Amsterdamse woonboten. Alle stadsdelen hebben actief deelgenomen aan de diverse werkgroepen geïnitieerd door het projectbureau. Dit heeft geleid tot de zogenaamde gereedschapskist, die door de stuurgroep ‘Wonen op het water’ is vastgesteld en aangeboden aan de stadsdelen. De meetinstructie maakt onderdeel uit van deze gereedschapskist. In de meetinstructie ‘Meten is Weten’ staan instructies over hoe te meten en vervolgens te omschrijven welke ‘extra voorzieningen en scheepsdetails’ zijn geconstateerd en hoe deze zijn bevestigd, zoals inklapbare stuurhutten, demontabele loopranden, boegsprieten, antennes en schoorstenen. Afhankelijk van het type voorziening of scheepsdetail en of het de lengte, breedte of hoogte van de woonboot betreft, worden deze voorzieningen of scheepsdetails wel of niet meegenomen in de maatvoering en / of apart genoteerd op de ligplaatsvergunning. De meetinstructie ‘Meten is Weten’ is gehanteerd tijdens de nulmeting en voor het bepalen van de afwijkingen ten opzichte van het bestemmingsplan. Dit betekent dat alles wat aard- en nagelvast zit aan de woonboot meegenomen is, inclusief extra voorzieningen en scheepsdetails. Ruimtelijke toetsing Voor de ruimtelijke toetsing van woonboten wordt op grond van het Paraplubestemmingsplan Drijvende Bouwwerken een meetwijze gehanteerd die licht afwijkt van de meetinstructie ‘Meten is Weten’. De hierboven genoemde extra voorzieningen en scheepsdetails zijn voor de ruimtelijke toetsing niet altijd van belang. Past een woonboot op grond van de nulmeting in het bestemmingsplan, dan zal dat over het algemeen zeker ook gelden indien de woonboot volgens de wijze van meten uit het bestemmingsplan was gemeten. Het paraplubestemmingsplan is beleidsarm. Dat wil zeggen dat de hierin opgenomen wijze van meten uitsluitend geldt als in moederplannen geen wijze van meten is vermeld. Verschillen tussen de meetwijzen Er zit een klein verschil tussen de twee meetwijzen. Dit betreft de meting van de hoogte: voor ruimtelijke toetsing wordt gemeten vanaf het waterpeil en voor nautische toetsing vanaf de kruiplijn. Het verschil in meetmethodiek is logisch en onvermijdelijk. Vanuit ruimtelijk perspectief is het van belang te beoordelen op basis van het ruimtelijk effect van de contouren van een woonboot (volume en zichtlijnen). Nautisch is het essentieel om te weten of een woonboot engtes en bruggen kan passeren. Zodoende kunnen er met name ten aanzien van de hoogte verschillen ontstaan. Constatering van een afwijking In het verleden is bij het toetsen van een aanvraag voor een Vob-vergunning over het algemeen de meetinstructie ‘Meten is Weten’ gehanteerd. In de praktijk blijkt overigens dat er niet altijd consequent gemeten is na een gereedmelding. In dergelijke gevallen werden de maten zoals opgegeven in de aanvraag voor de ligplaatsvergunning één-op-één vermeld in de ligplaatsvergunning. Voor het constateren van de afwijking is in dit kader het volgende van belang. Voor de maximale maatvoering wordt de volgende systematiek in het paraplubestemmingsplan gehanteerd: Voor de maximaal toegestane hoogte, lengte en breedte verwijst het parapluplan naar de maatvoering zoals die in het moederplan is vastgelegd. Als in het moederplan geen maatvoering in de regels is vastgelegd, maar de waterbeleidsregels gelden waarin maatvoering staan, dan gelden die maatvoeringen in de waterbeleidsregels. Indien er ook geen waterbeleidsregels van kracht zijn op een woonboot, dan moet van de bestaande (legale uit de vergunning) maten worden uitgegaan. Voor woonboten die al in een toekomstig plangebied lagen zijn over het algemeen in het overgangsrecht van het betreffende bestemmingsplan opgenomen. Meetwijzen in de bijlage Voor de volledigheid zijn beide meetwijzen in de bijlage integraal opgenomen. Ook is in deze bijlage een lijst opgenomen met de typen extra voorzieningen en scheepsdetails en de voorwaarden waaraan deze elementen dienen te voldoen. Strategie voor woonboten Er zijn voor elke woonboot verschillende strategieën mogelijk. Deze worden hieronder beschreven. Strategie voor de volgende situaties: De woonboot heeft geen ligplaatsvergunning, of De woonboot heeft een ligplaatsvergunning, maar de feitelijke maatvoering komt niet overeen met de maatvoering die is vermeld in de ligplaatsvergunning en/of deze past niet in het bestemmingsplan. Er wordt een legalisatieonderzoek uitgevoerd op grond van de hierboven genoemde kaders en met toepassing van de relevante meetwijzen. Een hercontrole maakt onderdeel uit van het legalisatieonderzoek. Er zijn nu verschillende situaties mogelijk: De door de stadsdelen ter beschikking gestelde ligplaatsvergunningen zijn in de nulmeting onderzocht. Hierbij is geconstateerd dat in voorkomende gevallen een incorrecte maatvoering is opgenomen, veelal omdat de extra voorzieningen en scheepsdetails niet zijn vermeld. Indien er alleen sprake is van een incorrecte aanduiding van de maten in de ligplaatsvergunning, dan is er voor wat betreft de nautische aspecten geen overtreding en wordt de ligplaatsvergunning al dan niet ambtshalve aangepast, met aanduiding van eventuele extra voorzieningen en / of scheepsdetails. Er wordt tevens gecontroleerd of er tekeningen aanwezig zijn van de oorspronkelijke aanvraag. Indien de woonboot niet afwijkt van de tekeningen, dan is er tevens geen sprake van een overtreding op grond van de Wabo. Indien de woonboot afwijkt van de tekeningen, of als er geen tekeningen zijn, kan er sprake zijn van bouwen in afwijking van de vergunning. Indien dit het geval blijkt te zijn, dan wordt in overleg met de eigenaar/gebruiker gezocht naar een maatwerkoplossing. In een dergelijk geval wordt de geconstateerde situatie en de gekozen maatwerkoplossing schriftelijk vastgelegd. Overigens komt het vaak voor dat er zich geen tekeningen bevinden in het dossier. Ook in dat geval kan er worden beoordeeld of de woonboot in overeenstemming met de vergunning is uitgevoerd of dat er afwijkingen zijn. Hiervoor kunnen andere bronnen worden gebruikt, zoals de vergunningstekst in combinatie met luchtfoto’s, buurtonderzoek en andere informatie van de gemeente en ketenpartners zoals Waternet. Deze situaties worden voorts besproken in het Stedelijk Waterberaad. Wanneer ook dit geen uitsluitsel geeft, zullen we via de VTH-afdelingsmanager van het stadsdeel in overleg treden met het lokale bestuur om de specifieke situatie te bespreken. De situatie is legaliseerbaar, dat wil zeggen dat de feitelijke situatie voldoet aan het bestemmingsplan en/of de gemeente wil meewerken aan een afwijking van het bestemmingsplan. Ook voldoet de woonboot (eventueel na aanpassing) aan de overige kaders. Er wordt een constateringsbrief verzonden met daarin het verzoek om de situatie te legaliseren. Deze legalisatie kan in de regel op twee manieren plaatsvinden: aanvragen van de juiste vergunning of door het aanpassen van de woonboot (voor zover relevant). Indien geen gehoor wordt gegeven aan dit verzoek, vindt handhaving plaats. De situatie is niet legaliseerbaar, omdat deze niet voldoet aan de eisen van de nautisch vaarwegbeheerder. De situatie voldoet echter wel aan de overige eisen. Omdat de situatie (mogelijk) al enige tijd bestaat, wordt in dit geval in overleg met de eigenaar/gebruiker gezocht naar een maatwerkoplossing. De eisen van de nautisch vaarwegbeheerder betreffen veelal het doorvaartprofiel; dergelijke woonboten mogen in principe afwijkend liggen tot de situatie verandert. In een dergelijk geval wordt de geconstateerde situatie en de gekozen maatwerkoplossing schriftelijk vastgelegd. Alle overige gevallen waarin de situatie niet legaliseerbaar is. In dit geval vindt handhaving plaats: aanpassen van de woonboot of verplaatsen of verwijderen van de woonboot. Omdat de situatie al enige tijd bestaat wordt een juiste en voldoende motivering opgesteld. In het beperkt aantal gevallen waarin legalisatie niet mogelijk is (situatie 3 en 4), zullen we via de afdelingsmanager VTH van het stadsdeel in overleg treden met de gebiedsmanager en het lokale bestuur om de specifieke situatie te bespreken. In bovenstaande situaties wordt de woonbooteigenaar waar mogelijk gefaciliteerd. De gemeente geeft daarbij duidelijkheid over: de te ondernemen stappen (handleiding); de aan te vragen vergunningen en in te dienen gegevens; de leges. Strategie indien de ligplaatsvergunning zoek is. Deze strategie wordt gebruikt indien er een woonboot is waarvoor we een sterk vermoeden hebben dat er een ligplaatsvergunning is afgegeven. We kunnen die echter niet vinden en de bewoner reageert niet op onze oproep een kopie te sturen. We houden het uitgangspunt aan dat er geen ligplaatsvergunning is. Zie verder strategie A. Strategie bij afwijkingen ten opzichte van het aanduidingsvlak. Deze strategie wordt gebruikt in de volgende gevallen: In het bestemmingsplan is alleen een aanduidingsvlak vermeld, en geen maatvoering. De woonboot heeft een ligplaatsvergunning en de maatvoering komt overeen met de ligplaatsvergunning. De woonboot ligt afgemeerd buiten dit aanduidingsvlak. In het bestemmingsplan is een aanduidingsvlak met een maximum aantal ligplaatsen vermeld. Op de betreffende locatie ligt een aantal woonboten die allen beschikken over een ligplaatsvergunning. De maatvoeringen komen overeen met de ligplaatsvergunningen. Het aantal woonboten dat is afgemeerd in dit aanduidingsvlak is groter dan toegestaan. Er zijn twee mogelijkheden: Indien de ligplaats(en) is/zijn vergund voordat het bestemmingsplan is opgesteld, dan had deze situatie meegenomen moeten worden in het bestemmingsplan. De oplossing is gelegen in het aanpassen van het bestemmingsplan. In dit geval moet het aanduidingsvlak c.q. het hiervoor geldende maximum aantal ligplaatsen in het bestemmingsplan aangepast worden. Indien de ligplaats(en) is/zijn vergund nadat het bestemmingsplan is opgesteld, dan is maatwerk benodigd. In overleg met de eigena(a)r(en)/gebruiker(s) of een ketenpartners wordt gezocht naar een maatwerkoplossing (zie strategie 1). Strategie voor een niet-BAG woonboot. Deze strategie wordt gebruikt indien er een woonboot is aangetroffen op een niet-BAG-adres. De woonboot is zeer vermoedelijk illegaal. Er zijn verschillende mogelijkheden: Wanneer er sprake is van sociale problematiek wordt er proactief contact opgenomen met de GGD / Zorg en Woonoverlast om - al dan niet gezamenlijk - een maatwerktraject vorm te geven. Er wordt indien nodig ingezet op extra ondersteuning van de bewoners. In geval van (mogelijk) illegale kamerbewoning / hotels wordt proactief afstemming gezocht met Wonen. In geval van criminele activiteiten (denk aan een hennepkwekerij) wordt proactief afstemming gezocht met de politie.

Rechtspraak bij dit artikel