Voor de participatie en communicatie hanteren we een aantal uitgangspunten en streven we een werkwijze na waarbij individuele eigenaren en bewoners van woonboten, de omgeving, de woonbootverenigingen, de gebiedsmanagers en de lokale besturen betrokken en gehoord worden. Onderdeel van de communicatie en participatieaanpak is werkend leren, casuïstiek wordt besproken en er wordt van geleerd. In beginsel hebben handhavers contact met bewoners en eigenaren. De participatie- en communicatiemedewerker zal hen hierbij waar nodig bijstaan om de samenwerking te bespoedigen en te helpen een passende oplossing te vinden.
Uitgangspunten
Maatwerk
Elke woonboot in Amsterdam is uniek. Kotters verbouwd tot klimaat neutrale woningen, arken in alle mogelijke vormen en maten, architectonische hoogstandjes of historische schepen, het is allemaal te vinden op het Amsterdamse water. Elke boot is anders afgemeerd, anders aangesloten op nutsvoorzieningen en anders ingepast in de openbare ruimte. Elke boot vraagt om maatwerk. Dit geldt ook voor de participatie en communicatie binnen het project Aanpak Nulmeting Woonboten. Hier past geen generiek informatietraject maar aandacht voor elke casus. De groep die met voorrang wordt benaderd zijn de eigenaren/bewoners van boten die nog geen onderdeel uitmaken van de nulmeting om hun boot alsnog te meten.
Vertrouwen
We gaan ervan uit dat de meeste overtredingen die in de nulmeting zijn geconstateerd legaliseerbaar zijn. We benaderen eigenaren in beginsel vanuit het vertrouwen dat zij de geconstateerde overtreding zullen helpen oplossen. Bij excessen op het gebied van maatvoering, zorgplicht, welstand, illegaal wonen of illegaal bouwen op de kade zullen handhavers na grondig dossier onderzoek, persoonlijk contact zoeken met de eigenaar(en) van de woonboot. Afhankelijk van de situatie zal de medewerker participatie en communicatie betrokken zijn bij dit contact om de dialoog tussen handhavers en eigenaar(en) te faciliteren. Eigenaren krijgen altijd de mogelijkheid een tweede meting aan te vragen.
Zorgzaam
Daar waar de staat van de boot gevaar oplevert voor de gezondheid of veiligheid van zowel de eigenaar/bewoner als de omgeving zal de gemeente handhavend optreden. Hierbij hebben we oog voor mogelijk schrijnende situaties en schakelen zo nodig ketenpartners in rondom wonen, zorg en maatschappelijke opvang zodat mensen niet op straat komen te staan. Mocht het nodig zijn ketenpartners in te schakelen gaat dit in overleg met de betrokken eigenaren/bewoners van de boot.
Overleg en afstemming
Klankbordgroep
De participatie- en communicatieaanpak richt zich niet alleen op individuele eigenaren maar ook op belangenbehartigers van woonbotenboten in Amsterdam. Sinds december 2018 bestaat er een regulier overleg met vertegenwoordigers van woonbootorganisaties in de stad. Dit overleg is op initiatief vanuit het kernteam woonboten (VTH) ontstaan en fungeert als klankbordgroep voor de projectleider.
Deze klankbordgroep is een belangrijke plek voor het projectteam om signalen van bootbewoners te krijgen en de aanpak te toetsen. Het klankbordoverleg met woonbootverenigingen vindt één keer per kwartaal plaats. De vertegenwoordigers van woonbootorganisaties zijn zodoende vroegtijdig op de hoogte gesteld en betrokken bij de ontwikkeling van dit project.
Het overleg zal voortgezet worden tijdens de uitvoering van het project. Onderwerpen die de gemeente wil agenderen omdat hier veel vragen over worden gesteld zijn, het organiseren van informatievoorziening over het overgangsrecht WABO en de werking van het paraplubestemmingsplan.
Omgeving en omwonenden
Er zal tijdens het project ook met omwonenden worden gecommuniceerd. Vanwege privacyoverwegingen zal dit alleen in algemene zin plaatsvinden. In aanvulling daarop zullen ook de gemeentelijke gebiedsmanagers periodiek geïnformeerd worden over het project zodat zij weten of er woonboten in hun werkgebied onderdeel uitmaken van dit project.
Concreet
Het maatwerk houdt in dat er qua communicatieboodschap, communicatiestijl en timing van de communicatie rekening wordt gehouden met de specifieke situatie. Er vindt aan het begin van het project geen generieke communicatie plaats naar eigenaren/bewoners van woonboten, ongeacht of zij wel of niet geprioriteerd zijn. Eigenaren / bewoners worden wel direct geïnformeerd over hun specifieke situatie en het te doorlopen proces op het moment dat een traject voor hun woonboot start. Uiteraard zal via internet en het klankbordoverleg algemene communicatie plaatsvinden. Het projectteam zal zorgen voor een goede bereikbaarheid, conform de gemeentelijke dienstverleningsrichtlijnen. Eigenaren / bewoners kunnen bij vragen altijd contact opnemen met het projectteam.
Voor woonboten die niet bovenaan de prioriteitenlijst staan geldt bovendien het volgende. Deze woonboten worden opgepakt per mutatie. De eigenaren / bewoners van woonboten waarvoor een mutatie is aangevraagd en waarbij een maatverschil is geconstateerd zullen hierover en over het te doorlopen proces direct worden geïnformeerd. Indien daartoe aanleiding bestaat wordt persoonlijk met de aanvrager contact opgenomen.
Bijlage: meetwijzen
Zoals in hoofdstuk 4 is vermeld, bestaan de meetwijze vanuit ruimtelijk perspectief en de meetwijze vanuit nautisch perspectief naast elkaar. In onderstaande paragrafen zijn deze meetwijzen integraal opgenomen
Meetwijze paraplubestemmingsplan ‘Drijvende bouwwerken’
In het paraplubestemmingsplan ‘Drijvende Bouwwerken’ zijn de volgende regels inzake de wijze van meten neergelegd.
2.1 De hoogte van een drijvend bouwwerk
De afstand gemeten vanaf het peil tot het hoogste punt van het bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte onderdelen, zoals masten, schoorstenen, antennes, mastkoker en naar de aard daarmee gelijk te stellen onderdelen, mits de maximale toegestane bouwhoogte voor de ondergeschikte onderdelen met niet meer dan een meter wordt overschreden. Deze beperking geldt niet voor masten.
2.2 De breedte van een drijvend bouwwerk
De afstand gemeten daar waar de constructie van het bouwwerk, inclusief loopranden, stootranden, dakranden, zeemranden, goten en vergelijkbare constructies, het breedst is. Ondergeschikte delen die buiten de constructie steken, zoals zwaarden, fenders en eenvoudige demontabele voorzieningen, worden niet meegerekend.
2.3 De lengte van een drijvend bouwwerk
De afstand gemeten daar waar de constructie van het bouwwerk, inclusief loopranden, stootranden, dakranden, zeemranden, goten en vergelijkbare constructies, het langst is. Ondergeschikte delen die buiten de constructie steken, zoals rondhouten, roerbladen en boegsprieten en eenvoudig demontabele voorzieningen, worden niet meegerekend.
Meetinstructie ‘Meten is weten’
In de beleidsnotitie ‘Meten is weten’ (november 2005) zijn de volgende regels inzake de wijze van meten neergelegd.
METEN IS WETEN
Inleiding
Vanuit het verleden is duidelijk dat de verrichte metingen van objecten te water niet altijd even eenduidig en duidelijk heeft plaatsgevonden Dit heeft vooral zijn oorzaak in het feit dat gaandeweg allerlei extra complicaties en onvoorziene omstandigheden maakten dat telkens andere metingen nodig waren. Voorbeelden hiervan grootste lengte en breedte i.v.m. precario, wel of niet gangboord of balkon meemeten. In verband met de opname van gegevens in het rakbestand is het echter wel zaak om eenduidig te meten. Daarnaast worden door bezwaarschriftencommissie en rechters steeds hogere eisen gesteld aan de feitelijke situatie: "Hoe groot is dat vlot nou eigenlijk precies?" Het is dus echt van belang dat wij de feitelijke situatie zeker weten. Daarom deze meetinstructie.
Een belangrijke opmerking: in de meetinstructie kan natuurlijk nooit voor alle gevallen buiten een eenduidige oplossing worden voorgeschreven. Onze klanten zijn immers bijzonder vindingrijk en creatief met bouwsels etc. op of in het water. Bij twijfel moet ofwel deze twijfel worden gemeld bij de meting, ofwel eerst besproken in het nautisch overleg
Algemeen
Allereerst volgen hier algemene instructies, waarop eventueel in de categorieën uitzonderingen voor worden gemaakt.
Vermijd gevaarlijke situaties, meet bijvoorbeeld niet op bij vrieskou i.v.m. mogelijk bevroren oppervlaktes of haal geen halsbrekende toeren uit om iets precies te meten.
Maak een foto.
Gebruik het meetformulier.
Er moet altijd de grootste maat worden gemeten. Indien er bijvoorbeeld een grote looprand aan een ark zit, moet deze worden meegenomen voor de lengte. Er moet dan ook worden genoteerd hoe groot de loopband is. Elk object moet apart worden gemeten.
Bij het meten moet altijd het meetlint worden gebruikt. Als dit niet mogelijk is moet dit worden vermeld.
Indien een maat door technische problemen niet goed is vast te stellen, moet dit gemeld worden op het formulier.
Maak een schets van de situatie met alle malen erin beschreven. Schets hoeft niet op schaal, behalve als daar om gevraagd wordt.
Tussenmaten moeten altijd worden vermeld op de tekening.
Meten vanaf bruggen gaat als volgt: je zoekt naar de eerste doorvaartopening vanaf de wallekant, vanaf hier wordt de afstand tot een brug gemeten.
Ligplaatsen
(Lege) ligplaatsen moeten altijd worden gemeten over de grootste lengte. Indien er bijzondere omstandigheden zijn moet dit ook worden ingetekend en vermeld: bijvoorbeeld een in/uitspringende kademuur, zinker of walvoorziening. De totale aanwezige lengte moet worden vermeld, dus inclusief de in acht te nemen twee meter tussenruimte.
Toelichting op het signalerings/inventarisatieformulier.
Op het signalerings/inventarisatieformulier moet zoveel mogelijk worden ingevuld. Eventuele verwijzingen zijn toegestaan (bijvoorbeeld bij eigenaar en gebruiker). In ieder geval moet de eigen waarneming duidelijk worden vermeld. Als de eigenaar gebruiker een verklaring afgeeft bijvoorbeeld over hoe lang het er al is of dat er op gewoond wordt en hoelang, moet dat onder “eigen verklaring gebruiker” worden ingevuld. Er is een modelformulier beschikbaar waarin de voorbeeldtekening is opgenomen en ook de cijfers staan aangegeven van de hieronder opgenomen toelichting
Toelichting:
Hier moeten de eigen constateringen worden ingevuld, zo volledig mogelijk, waar eigen constatering niet mogelijk was, moet dit ofwel bij 2 worden aangegeven, ofwel duidelijk bij 1. Deze gegevens zijn voor de beleidsafdeling doorslaggevend.
Hier moet de verklaring van de gebruiker worden weergegeven. Eventueel gebruik maken van een apart vel. Deze gegevens zijn relevant bij afweging van belangen door beleidsafdeling.
Hier worden de hoofdmaten ingevuld van het betreffende vaartuig.
Dit hoeft alleen ingevuld te worden voor schepen en vaartuigen
Voorzieningen zijn allerlei extra's bij boten: loopplanken, vlotten, loopranden, kastjes, schuurtjes, etcetera.
Hier moeten de maten van voorzieningen worden ingevuld. Als er sprake is van relevante scheepsdetails (bijvoorbeeld, ankerlier, boegspriet of zwaarden) kunnen deze hier worden vermeld. Tevens moet hier de wijze van bevestiging van voorzieningen worden vermeld.
Bij de situatieschets moet zoveel mogelijk informatie worden gegeven over de feitelijke situatie. Hier moet ook de tussenruimte tussen vaartuigen en voorzieningen worden weergegeven.
Hier kunnen alle verdere opmerkingen waar op het formulier geen ruimte voor is worden vermeld.
Dit gedeelte alleen in te vullen door administratie.
Tekening
Bij deze meetinstructie is een model tekening als voorbeeld opgenomen in het model signalerings/inventarisatieformulier. Hieruit is op te maken wat er allemaal in een tekening moet worden vermeld. Er moet kort gezegd zoveel mogelijk worden gemeten.
Procedure voor de herijking en inventarisatieformulieren
Door de buitendienst wordt een plan gemaakt voor het successievelijk nameten van de gegevens ten behoeve van het vullen van de Rakbase. In dat kader en ook in algemeen kader moet een procedure worden afgesproken voor de wijze van muteren van de gegevens
Nametingen moeten door de buitendienstmedewerkers worden voorgelegd aan de (adjunct) nautisch inspecteurs, die beoordelen of de formulieren naar behoren zijn ingevuld.
Vervolgens gaat een nameting direct naar administratie.
De administratie slaat de gegevens op in het systeem en maakt aantekening op het formulier
Het formulier gaat terug naar buitendienst die het opbergt in de kast met inventarisaties. Er wordt nog maar een map bijgehouden. De “oude" formulieren worden verwijderd.
Indien (nieuwe) signaleringen worden opgemaakt ten tijde van een herijking, volgen deze de procedure van de signalering.
Procedure voor constatering
Constateringen (voorheen signaleringen) moeten door de buitendienstmedewerkers worden voorgelegd aan de (adjunct) nautisch inspecteurs, die beoordelen of de formulieren naar behoren zijn ingevuld.
Vervolgens gaat een signalering direct naar administratie.
De administratie slaat de gegevens op in het systeem en maakt aantekening op formulier.
Het formulier gaat in kopie terug naar buitendienst die het opbergen in de kast met Inventarisaties. Er wordt nog maar één map bijgehouden. De "oude" formulieren worden verwijderd.
De oorspronkelijke signalering wordt vervolgens door administratie verspreid over de behandelende medewerkers beleidsafdeling. Nieuwe signaleringen worden niet meer in de signaleringenkast opgeborgen, maar gevoegd bij het dossier van de persoon/boot.
Een en ander betekent dat opdrachten voor nameting of signalering ook niet meer rechtstreeks gaan, maar via de administratie, Op deze manier wordt zeker gesteld, dat signaleringen of metingen altijd via administratie gaan en dus ook worden veranderd in het systeem.
Op de beleidsafdeling wordt iedere signalering direct binnen een week bekeken in hoeverre er actie nodig is. Dit betekent dus direct nagaan of zaak illegaal is of niet. Als de zaak niet direct hoeft of kan worden aangepakt wordt een standaardbrief geschreven waarin gemeld wordt dat de zaak illegaal is en dat we te zijner tijd wel in actie zullen komen. Hier moeten nog nadere procedure-afspraken over worden gemaakt.
Extra voorzieningen en scheepsdetails
Varende woonschepen:
Rondhout, berghoutstrip, boegspriet, kluivenboom, roerkoning, schoorsteen, davit, mast, antennes, roer, ankerlier, boordlicht, mastkoker, zwaard.
Eenvoudig demonteerbaar: relingwerk, hekwerk, stuurhut, koekoek, zonnepanelen, boilers, airco’s.
Drijvende bouwwerken:
Dak doorvoer, afvoerkanaal, ventilatiekanaal, zonnepaneel, zonnecollector, warmtepomp, airco, boilers.
Eenvoudig demonteerbaar: relingwerk, hekwerk, looprand, luifel, zonnewering, afdakje, houten stootrand, afmeerbeugel/-ogen, buiten verlichting, regenpijp, dakgoot, lichtkoepel.
Er zijn criteria waaraan deze extra voorzieningen en scheepsdetails dienen te voldoen c.q. waarmee rekening gehouden moet worden. De extra voorzieningen en scheepsdetails zijn:
in aard en omvang daadwerkelijk ondergeschikt t.o.v. het originele bouwwerk/woonschip;
niet in strijd met de nota Welstand op het water;
niet in strijd met beleidsregels in de diverse beleidsregels/richtlijnen woonboten van de stadsdelen;
uitsluitend van toepassing op bestaande woonboten;
niet in strijd met de Verordening op het binnenwater 2010.
Daarnaast moeten deze extra voorzieningen en scheepsdetails in de ligplaatsvergunning worden omschreven, om zodoende de feitelijke omvang van het woonschip/drijvend bouwwerk te benoemen.
Artikel 6:
Participatie en communicatie
Onderdeel van Beleidsregels aanpak nulmeting woonboten inclusief de handhavingsstrategie woonboten