Naar hoofdinhoud
1.. De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in artikel 9 tweede lid 2.. Wekelijks maakt de voorzitter van de raad bekend hoeveel geldige ondersteuningsverklaringen zijn ingediend. 3.. Indien het definitief verzoek voldoet aan de in deze verordening bepaalde vereisten, besluit de raad in de eerstvolgende vergadering na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 9, eerste lid, over het houden van een referendum. 4.. In de vergadering bedoeld in het derde lid kunnen met betrekking tot het raadsvoorstel geen amendementen meer worden ingediend. 5.. Indien het verzoek niet voldoende wordt ondersteund, verklaart de raad het verzoek niet-ontvankelijk. 6.. De voorzitter van de raad doet openbare kennisgeving van een besluit tot het houden van een referendum.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel