Naar hoofdinhoud
1.. Voorafgaand aan de plenaire behandeling bedoeld in het vierde lid, adviseert de referendumkamer de raad over de toelaatbaarheid van het onderwerp. Indien het college van mening is dat er redenen zijn het verzoek niet in te willigen, stelt het de referendumkamer hiervan tijdig in kennis. 2.. Indien naar de mening van de referendumkamer het inleidende verzoek onvoldoende duidelijk is, treedt de referendumkamer hierover in overleg met de indieners van het inleidend verzoek. 3.. De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigheid zoals bedoeld in artikel 6, derde lid. 4.. De raad beslist of het inleidend verzoek wordt ingewilligd. 5.. Het raadsvoorstel met betrekking tot het inleidend verzoek wordt voorbereid door het presidium. 6.. De voorzitter van de raad maakt het besluit inzake het inleidende verzoek zo spoedig mogelijk openbaar op de in de gemeente gebruikelijke wijze. 7.. Als het verzoek wordt ingewilligd behandelt de raad het ontwerp-raadsbesluit waarop het verzoek zich richt. Het ontwerp-raadsbesluit zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen, wordt vervolgens aangehouden tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop de uitslag van het referendum wordt bekendgemaakt, tenzij eerder negatief over de ontvankelijkheid van het referendumverzoek wordt beslist. 8.. Indien de eerstvolgende vergadering na de uitslag van het referendum niet binnen vier weken valt, wordt binnen die termijn ten behoeve van de stemming een extra vergadering bijeengeroepen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel