Naar hoofdinhoud
3.1.1Plan van aanpak woon-en leefklimaat (maximaal 50 punten) De aanvrager voegt bij de aanvraag een ‘Plan van aanpak woon- en leefklimaat’ bij. Hieruit blijkt hoe de aanvrager ervoor zorgt dat de woon- en leefsituatie in de naaste omgeving of het karakter van een eventueel (naastgelegen) winkelgebied zo weinig mogelijk nadelig wordt beïnvloedt. Daarbij moet een analyse worden gegeven, waarin wordt ingegaan op de mogelijke nadelige gevolgen ten aanzien van de leefbaarheid als gevolg van de vestiging van een speelautomatenhal op de beoogde locatie. Daarbij moet de aanvrager voldoende inzicht geven dat hij rekening houdt met de aard van het bedrijf en de spanning die dit mogelijk oplevert met het woon- en leefklimaat ter plaatse. De analyse beschrijft op welke wijze de aanvrager de voornoemde nadelige gevolgen beperkt of voorkomt. Op basis van de hieronder genoemde punten maakt de burgemeester een inschatting van de te verwachten impact op de directe omgeving van de gekozen locatie. Hoe minder nadelige effecten er voor het woon-en leefklimaat naar het oordeel van de burgemeester te verwachten zijn, des te meer punten een aanvrager voor het plan van aanpak zal scoren. De burgemeester beoordeelt daarbij specifiek: 3.1.1.1Voorkomen of beperken overlast en ongeregeldheden (maximaal 10 punten) De burgemeester vindt het belangrijk dat een aanvrager zich verdiept in de kenmerken van de omgeving waarin de aanvrager een speelautomatenhal wil vestigen. Op die manier kan de aanvrager immers ook adequaat inspelen op de mogelijkheid om negatieve of als negatief te ervaren uitstralingseffecten van de speelautomatenhal te beperken of zelfs te voorkomen. Te denken valt aan mogelijke overlast van bezoekers, zoals geluid of zwerfafval. Om die reden wordt van de aanvrager gevraagd om de uitstralingseffecten van de aanwezigheid van de speelautomatenhal op de beoogde locatie te beschrijven en daarbij aan te even hoe en welke maatregelen de aanvrager treft om deze met het oog op een goed woon-, werk-, leef- of verblijfsklimaat in de directe omgeving, zoveel mogelijk te voorkomen, verzachten of in goede banen te leiden. De aanvrager dient inzichtelijk te maken hoe hij zorg draagt voor veiligheid en openbare orde in de directe omgeving van de inrichting. De burgemeester kijkt in dit verband naar: welke gedragsregels worden gehanteerd voor komende en gaande bezoekers; hoe de naleving van deze gedragsregels wordt bewaakt; hoe wordt omgegaan met overlast en rondhangende onbevoegde personen rond de gelegenheid; hoe toezicht wordt gehouden in de gelegenheid en in de directe omgeving van de gelegenheid; in hoeverre aanvrager of beheerder eerder betrokken zijn geweest (bijvoorbeeld als beheerder of aanvrager van een ander horecabedrijf) bij openbare ordeverstoringen; in hoeverre aan aanvrager of beheerder eerder bestuursrechtelijkemaatregelen (zoals tijdelijke sluiting, last onder dwangsom of last onder bestuursdwang) in het kader van de openbare orde zijn opgelegd; Hoe beter de aanvrager dit onderdeel heeft onderbouwd, hoe hoger de puntenscore zal zijn. 3.1.1.2Parkeren (maximaal 10 punten) De mogelijkheid tot parkeren is ook een belangrijk onderdeel van het plan van aanpak. De aanvrager zal inzichtelijk moeten maken hoe hij op een adequate wijze om zal gaan met de extra parkeerbehoefte die de vestiging van een speelautomatenhal met zich meebrengt. Voor de beoordeling daarvan wordt aansluiting gezocht bij de nota Parkeernormennota 2015 en de daarin opgenomen parkeernormen als vertrekpunt. Deze nota is volledigheidshalve opgenomen als 'Bijlage 1 Parkeernormennota Smallingerland 2015'. Algemeen uitgangspunt is dat op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. In onderstaande tabel 2 is weergegeven wat passend is bij een vergelijkbare functie van een casino: Tabel 2 Parkeernormen functie casino Functie Eenheid Locatie Centrum Schil centrum Rest bebouwde kom Buiten gebied Aandeel bezoek Toelichting Casino 100 m² bvo Drachten 5,7 6,1 6,5 86% Dorpen en buitengebied 6,5 8,0 Hoe beter de aanvrager in staat is de parkeerbehoefte op eigen terrein of in openbaar gebied in de directe omgeving van de speelautomatenhal op te vangen, hoe hoger de puntenscore op dit onderdeel. 3.1.1.3Bereikbaarheid en verkeersveiligheid (maximaal 10 punten) De aanvrager dient in het plan van aanpak duidelijk te maken hoe de locatie van de speelautomatenhal is ontsloten en hoe deze (verkeers)veilig bereikbaar is voor alle gangbare vormen van vervoer (zoals auto, OV, fiets, te voet). Dit geldt ook voor de aanwezigheid of nabijheid van stallingsplaatsen voor fietsen en brommers in de directe nabijheid van de hoofdingang van de speelautomatenhal. Hoe beter en veiliger de bereikbaarheid van de beoogde locatie, hoe hoger de puntenscore. 3.1.1.4Opening- en sluitingstijden (maximaal 10 punten) De aanvrager dient inzichtelijk te maken welke openings- en sluitingstijden worden gehanteerd en waarom deze tijden zijn gekozen. In de vestigingsvergunning worden voor de openings- en sluitingstijden nadere voorschriften opgenomen. Daarbij wordt aangesloten bij de sluitingstijden van de horeca zoals opgenomen in art. 2:29 van de Apv en zoals hieronder uitgewerkt in tabel 1. In afwijking van de tijden bij de horeca, wordt er bij de speelautomatenhal geen toelatingstijdstip gehanteerd. Uiteraard is de aanvrager vrij om op een later tijdstip open te gaan of om op een vroeger tijdstip te sluiten. Tabel 1 Openings-en sluitingstijden speelautomatenhal Dag/nacht Horeca concentratiegebied De Kaden Drachten (horeca III) Overig Drachten en dorpen (horeca II) opening sluiting opening sluiting zondag t/m woensdag 10:00 u 02:00 u 10:00 u 01.00 u donderdag 10:00 u 03:00 u 10:00 u 02.00 u vrijdag en zaterdag 10:00 u 03.00 u 10:00 u 03.00 u Hoe beter de aanvrager dit onderdeel heeft onderbouwd, des te hoger de puntenscore zal zijn. 3.1.1.5Communicatie en draagvlak (maximaal 10 punten) Aangezien er nog geen speelautomatenhal in de gemeente is gevestigd en er sprake is van een nieuwe situatie, hecht de burgemeester veel belang aan goede communicatie en draagvlak. De burgemeester verlangt dan ook van de aanvrager om aan te geven hoe deze pogingen in het werk heeft gesteld of zal stellen om zelf te communiceren over of draagvlak te creëren voor de vestiging van de speelautomatenhal in de directe omgeving. Daarnaast wordt van de aanvrager gevraagd om in te gaan op de mate waarin hij bereid is om rekening te houden met mogelijke wensen van omwonenden of winkels en bedrijven in de directe omgeving van de speelautomatenhal. Dit kan in de vorm van een communicatieparagraaf over de uitvoerbaarheid van het initiatief, waarin de aanvrager uitlegt hoe hij zijn taak en verantwoordelijkheid invult daar waar het gaat om de informatie en communicatie over en het kweken van begrip voor de komst van een speelautomatenhal en de mogelijkheden en bereidheid om al dan niet in te spelen op wensen van bewoners en aanvragers in de directe nabijheid van de speelautomatenhal daar waar het de inpassing van deze functie betreft. Hoe actiever en constructiever de aanvrager zich in dit verband opstelt, hoe hoger de puntenscore. 3.1.2Plan van aanpak gokverslaving (maximaal 10 punten) De aanvrager voegt bij de aanvraag een ‘Plan van aanpak gokverslaving’. Hieruit blijkt op welke wijze de aanvrager concreet bijdraagt aan de preventie en bestrijding van gokverslaving. Het plan van aanpak wordt als geheel beoordeeld en daarnaast specifiek op de volgende aspecten: Invulling zorgplicht aan de hand van de Leidraad Zorgplicht Kansspelautoriteit De aanvrager heeft op het gebied van kansspelen een wettelijke zorgplicht ten aanzien van juiste en betrouwbare informatieverstrekking, voorkoming van verslaving zoveel (via het toegangsbeleid en verantwoord aanbod) en het behoorlijk afhandelen van klachten en opzeggingen. Beoordeeld wordt in hoeverre de aanvrager invulling geeft aan deze zorgplicht aan de hand van de Leidraad Zorgplicht van de Kansspelautoriteit van 1 juli 2019. Legitimatieplicht en toegangscontrole bezoekers Het is niet toegestaan dat jongeren onder de 21 jaar de speelautomatenhal bezoeken. Dit om te voorkomen dat jongeren, terwijl ze nog niet op de kansspelautomaten mogen spelen, wel al daarmee in aanraking komen. De toegangscontrole vindt plaats op basis van een legitimatieplicht voor de bezoeker. In het ondernemingsplan geeft de aanvrager aan op welke deugdelijke manier de leeftijd door hem wordt vastgesteld Aantal speelautomaten en productdifferentiatie Het aantal kansspelautomaten ligt zo dicht mogelijk bij het maximum van 150. Dit draagt bij aan het voorkomen van illegaal gokken elders en aan de kwaliteit van de speelautomatenhallocatie zelf. In de speelautomatenhal wordt door de aanvrager een variatie aan speelautomaten opgesteld. Deze productdifferentiatie moet voldoen aan de zogenaamde “ideale mix” . De ''ideale mix'' geeft een uitgebalanceerde mix van verschillende soorten speelautomaten en de onderlinge verhouding daartussen. Productdifferentiatie in de speelautomatenhal leidt tot een daadwerkelijke mix van lang bestaande kansspelautomaten en nieuwe kansspelvormen. Door het opstellen van een variatie aan speelautomaten trekt de hal een gemengd publiek en door het opstellen van meer-spelers wordt het ''sociale spelen'' bevorderd. In het onderstaande schema is de minimaal verplichte 'ideale mix' aangegeven in relatie tot de oppervlakte van de speelautomatenhal. < 100 m² 100 – 200 m² > 200 m² Een-speler Kansspelautomaten Een-speler kansspelautomaten Een-speler kansspelautomaten Minimaal 1 meer-speler Minimaal 2 meer-spelers Minimaal 4 meer-spelers Gekoppelde jackpotsystemen van maximaal € 2.500,-- Gekoppelde jackpotsystemen van maximaal € 2.500,-- Gekoppelde jackpotsystemen van maximaal € 2.500,-- Kennis en inzicht medewerkers Beoordeeld wordt welke andere maatregelen de aanvrager in samenstelling en opstelling van de speelautomaten neemt om het risico op gokverslaving te beperken. Daarbij is het van belang dat leidinggevenden en andere personen die werkzaam zijn in de speelautomatenhal, voldoende kennis en inzicht hebben op gebied van gokverslaving. In het plan van aanpak dient daarbij te worden ingegaan op de volgende punten: Het bewijsstuk als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, van het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen, waaruit blijkt dat de beheerders beschikken over voldoende kennis en inzicht met betrekking tot het gebruik van speelautomaten en daaraan verbonden risico's voor gokverslaving. Meer specifiek hebben leidinggevenden aantoonbaar de cursus 'Signaleren niveau 1' gevolgd en 'Gespreksvaardigheden niveau 2' of verglijkbare cursussen/trainingen gevolgd. Er is altijd een gekwalificeerde beheerder aanwezig. Ander personeel heeft aantoonbaar een cursus in het omgaan met verslavingsproblematiek gevolgd, meer specifiek de cursus 'Kansspelproblematiek niveau 1 signaleren' (in bezit zijn van certificaat) of een vergelijkbare cursus/training. Er wordt een actueel protocol over signalering en doorverwijzen gehanteerd. In de hal is foldermateriaal van Speelbewust aanwezig. In de hal zijn op een zichtbare plaats brochures/kaartjes aanwezig van AGOG en VNN. Bezoekers kunnen een vrijwillig toegangsverbod of bezoekbeperking aanvragen en dit wordt geregistreerd. Er wordt aangeven hoe de aanvrager op het gebied van verslaving rapporteert aan de burgemeester en de verslavingszorg. De aanvrager administreert in ieder geval het aantal bezoekbeperkingen, signaleringsgesprekken en adviezen en verwerkt dit in een jaarlijkse rapportage. Reclame De aanvrager dient te verklaren dat hij zich houdt aan de reclamecode voor kansspelen door de Stichting Reclame Code. De volledige naam van deze code is: Reclamecode voor kansspelen die worden aangeboden door vergunninghouders ingevolge de Wet op de kansspelen 2015 van de Stichting Reclame Code, verder te noemen: RVK. De RVK is gepubliceerd op internet: https://www.reclamecode.nl/nrc/reclamecode-voor-kansspelen-die-worden- aangeboden-door-vergunninghouders-ingevolge-de-wet-op-de-kansspelen-rvk-2015/ De RVK is van toepassing op iedere vorm van openbare aanprijzing, ten doel of ten gevolge hebbende: het vergroten van de (naamsbekendheid van kansspelaanbieders); de bevordering van deelname aan kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen en het Speelautomatenbesluit. In de RVK staan onder andere de volgende bepalingen ten aanzien van de inhoud van reclame en de bescherming van kwetsbare groepen: reclame voor kansspelen is alleen gericht op een verantwoorde deelname aan en het wekken van interesse voor het aangeboden kansspel; reclame voor kansspelen mag niet aansporen tot onmatige deelname, noch mag onmatige deelname tot voorbeeld worden gesteld of worden gebagatelliseerd; reclame voor kansspelen wekt niet de indruk dat de deelname aan kansspelen niet tot ongewenste gevolgen kan leiden; reclame voor kansspelen is niet misleidend, met name niet met betrekking tot de eigenschappen van of kansen op het winnen van een prijs bij de aangeboden kansspelen; gratis speelfiches voor risicovolle kansspelen (speelautomaten) worden niet verspreid via landelijke dagbladen of huis-aan-huisbladen met een landelijk bereik; in reclame voor kansspelen wordt duidelijk vermeld waar informatie kan worden verkregen en kan worden nagezien ten aanzien van verantwoorde deelname aan kansspelen en over mogelijkheden voor hulpverlening met betrekking tot kansspelverslaving. Ervaring onderneming Voor een goede exploitatie van de speelautomatenhal en gelet op de gemeentelijke eisen, wordt ook gekeken naar de ervaring die de aanvrager in de afgelopen 10 jaar heeft opgedaan in het exploiteren van een speelautomatenhal of een vergelijkbare branche. Daarbij gaat het om de exploitatie door de onderneming zelf of door een aan de aanvrager verbonden derde partij. Het is van belang dat de aanvrager, vanuit de praktijk, aantoonbare ervaring heeft en weet om te gaan met de problematiek rondom het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat rondom de hal en met name het tegengaan van gokverslaving. Hierbij wordt gekeken naar de ervaring als onderneming en niet een persoon binnen de onderneming, omdat de ervaring van de onderneming de meeste waarborg biedt op continuïteit van een gezonde en solide bedrijfsvoering op het gebied van verslavingszorg. De burgemeester beoordeelt aan de hand van bovenstaande punten in welke mate een aanvrager gokverslaving tegengaat. Hoe beter een aanvrager hierin slaagt, hoe meer punten de aanvrager op dit onderdeel scoort. 3.1.4 Onderbouwing meerwaarde of toegevoegde waarde van de hal voor de gemeente Smallingerland (maximaal 10 punten) Een aanvrager kan de toegevoegde waarde van een initiatief motiveren vanuit economisch en/of functioneel perspectief. Daarbij moet de aanvrager nader onderbouwen wat de meerwaarde of toegevoegd waarde van de hal binnen de gemeente Smallingerland is ten opzichte van: het bestaande leisure- of uitgaansaanbod en de werkgelegenheid. Wat betreft de werkgelegenheid wordt er daarbij niet alleen gekeken naar de toevoeging van het aantal arbeidsplaatsen, maar ook naar de aard daarvan. Wat betreft de aard van de arbeidsplaats wordt o.a. gekeken naar de soort functie en de rol en verantwoordelijkheden van de medewerker binnen het bedrijf. Hoe beter de aanvrager de meerwaarde of toegevoegde waarde van zijn hal op deze punten onderbouwt, hoe hoger de puntenscore.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel