Naar hoofdinhoud
1.. Als op grond van de wet of deze verordening meerdere woningzoekenden met voorrang in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, wordt de rangorde als volgt bepaald: als eerste komen in aanmerking woningzoekenden die in een acute noodsituatie verkeren en woningzoekenden die op grond van medische of sociale redenen dringend woonruimte nodig hebben; als tweede komen in aanmerking vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de wet en woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen, die in verband met problemen van relationele aard en geweld hun woonruimte hebben verlaten; als derde komen in aanmerking meerderjarige woningzoekenden die mantelzorg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verlenen of ontvangen; en als vierde komen in aanmerking de overige urgentiecategorieën. 2.. Als meerdere woningzoekenden met dezelfde rangorde voor voorrang in aanmerking komen, dan gaan woningzoekenden met een eerder afgegeven beschikking tot indeling in een urgentiecategorie voor op woningzoekenden met een later afgegeven beschikking. Daarna komen de andere woningzoekenden in aanmerking, in volgorde van de datum van afgifte van de beschikking tot indeling in een urgentiecategorie. 3.. Als op grond van het eerste lid meerdere woningzoekenden met dezelfde rangorde en dezelfde datum van afgifte van de beschikking tot indeling in een urgentiecategorie in aanmerking komen, wordt de vergunning door loting toegewezen aan één van deze woningzoekenden. 4.. Als voor een bepaalde woonruimte geen woningzoekende met voorrang in aanmerking komt, dan wordt de woning volgens het reguliere woonruimteverdelingsbeleid toegewezen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel