Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.3.

Landelijke ontwikkelingen

Onderdeel van Beleidsregels gemeentelijke taken uitvoering Wet kinderopvang Eemsdelta 2021

Ontwikkelingen Op 1 januari 2018 zijn de Wet innovatie kwaliteit kinderopvang (Wet IKK) en (de laatste fase van) de Wet harmonisatie kinderopvang en peuteropvang in werking getreden. Hierdoor en door andere ontwikkelingen waar wij hieronder op ingaan, was het noodzakelijk deze nieuwe beleidsregels voor de handhaving van de Wet kinderopvang vast te stellen. Het is onmogelijk om alle ontwikkelingen binnen de kinderopvang van de afgelopen jaren in deze beleidsregels op te nemen. Een weergave van de ontwikkelingen die de meeste invloed hebben (gehad) op de houders en de gemeente: Wet innovatie kwaliteit kinderopvang De Wet IKK legt de hoofdpunten van de wijzigingen vast. De nieuwe kwaliteitseisen zijn uitgewerkt in een besluit (Besluit kwaliteit kinderopvang van 23 augustus 2017, geldend vanaf 01-01-2018 ) en een ministeriële regeling. Het besluit gaat over de meeste wijzigingen in de kwaliteitseisen, zoals het pedagogisch beleidsplan, veiligheid- en gezondheidsbeleid, het mentorschap en de pedagogisch beleidsmedewerker. Ook de beroepskracht-kind ratio (BKR) wordt geregeld in het besluit. De pedagogische kwaliteit is versterkt door een aantal maatregelen, zoals structurele scholing van de pedagogische medewerkers, een betere mix van mbo- en hbo-functies op de werkvloer met onder andere inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker. De opvang van baby’s is verbeterd door meer tijd en aandacht per baby. Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk De regelgeving van kinderopvang en peuteropvang was al voor een groot deel geharmoniseerd met behulp van eerdere wetten en regelingen. Met de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk is het laatste deel van de harmonisatie verder vorm gegeven. De tot dan toe nog bestaande verschillen tussen de kwaliteitskaders zijn opgeheven bij de totale herijking van de kwaliteitskaders in 2018. Dit heeft tot gevolg dat er vanaf 2018 één nieuw kwaliteitskader geldt voor zowel de peuteropvang als de kinderopvang. Per 1 januari 2018 zijn de peuterspeelzalen omgevormd tot kinderdagverblijven en moeten zij hierdoor vanaf dat moment voldoen aan de kwaliteitseisen die gelden voor kindercentra (dagopvang, peuteropvang en buitenschoolse opvang). Streng aan de Poort Per 1 oktober 2017 zijn de voorlopers van de gemeente Eemsdelta samen met de GGD Groningen gestart met de werkwijze Streng aan de Poort. Voor de houder van een kindercentrum of gastouderbureau betekent dit dat er wat is veranderd. Het gaat om situaties waarin er een aanvraag gedaan wordt voor een houderwisseling, een nieuw gastouderbureau, een nieuw kindercentrum of een verhuizing van een kindercentrum. Streng aan de Poort houdt in dat een houder vanaf het moment dat het kindercentrum of gastouderbureau geregistreerd is in het Landelijk Register Kinderopvang meteen moet voldoen aan alle kwaliteitseisen. Het college vraagt daarom de GGD om intensief onderzoek te doen waarbij ook gekeken wordt naar (eventuele) eerdere of andere locaties die de houder heeft en hoe daar aan de kwaliteitseisen wordt voldaan. Als uit het GGD-onderzoek blijkt dat te verwachten is dat een houder, dan wel de locatie - zelfs met hersteltermijnen - niet direct vanaf de start redelijkerwijs aan alle kwaliteitseisen kan voldoen, dan geeft de GGD een negatief advies. Het college zal dan besluiten de locatie niet te registreren en dus kan de locatie niet starten. Naast de registratie in het Landelijk Register Kinderopvang is de houder er verantwoordelijk voor dat alle noodzakelijke vergunningen in orde zijn. Bijvoorbeeld een omgevingsvergunning voor brandveiligheid. Deze stappen moet de houder nemen vóórdat er een aanvraag tot registratie in het Landelijk Register Kinderopvang gedaan wordt. Zodra bekend is dat een houder een nieuwe locatie wil starten, informeert het college de houder over de benodigde vergunningen. Het aanvragen en verkrijgen van de diverse vergunningen blijft de verantwoordelijkheid van de houder. Met de invoering van deze werkwijze verandert er niets aan de beslistermijn en/of de procedure voor het beslissen op een aanvraag. Herstelaanbod Herstelaanbod is een eerste stap in het bevorderen van de naleving. Het is echter geen handhavingsmiddel en het valt ook niet onder ‘lichte handhaving’. Het betreft een informele methode zonder juridische status en is niet opgenomen in wet- en regelgeving. Herstelaanbod kan als werkwijze ingezet worden na onderlinge afstemming hierover tussen gemeente en GGD. We hebben met de GGD Groningen afspraken gemaakt over het invoeren van deze werkwijze. Bij het herstelaanbod maakt de toezichthouder met de houder afspraken dat binnen een termijn (maximaal 4 weken) de overtredingen zijn hersteld. De afspraak wordt per mail vastgelegd door de toezichthouder. Na afloop van de termijn volgt een nieuwe beoordeling van de aspecten die niet in orde waren. Als de overtredingen hersteld zijn, volgt er geen handhaving. Als er nog steeds overtredingen zijn, volgt wel handhaving. Gemeentelijke ontwikkelingen Door de veranderende landelijke regelgeving is het lokale handhavingsbeleid aan verandering onderhevig. Kinderen in de kinderopvang zijn kwetsbaar. Zeker als zij zo jong zijn dat ze zich nog niet verbaal kunnen uiten. De Rijksoverheid zet zich in om de veiligheid in de kinderopvang te verbeteren. De kinderopvang is en blijft daarom volop in beweging. Gezien de vele ontwikkelingen van de afgelopen jaren (zie hoofdstuk landelijke ontwikkelingen) en de aanzienlijke wijzigingen in de wet- en regelgeving was het noodzakelijk deze nieuwe beleidsregels op te stellen. In 2020 hebben de colleges van de voorloper-gemeenten van Eemsdelta afzonderlijk hetzelfde handhavingsbeleid vastgesteld, de Beleidsregels gemeentelijke taken uitvoering Wet kinderopvang 2020. Inhoudelijk is er niets veranderd in deze Beleidsregels gemeentelijke taken uitvoering Wet Kinderopvang Eemsdelta 2021. Om juridische redenen zijn deze opnieuw vastgesteld door het college en de raad van de gemeente Eemsdelta. De Wet kinderopvang (Wko) bepaalt dat gemeenten in dit kader een toezicht- en handhavingstaak hebben. De Inspectie van het Onderwijs controleert jaarlijks of gemeenten hun wettelijke taken op het gebied van kinderopvang goed uitvoeren. Het college van burgemeester en wethouders is op grond van de Wet kinderopvang het bevoegd gezag voor het toezicht op de handhaving van de kwaliteit van de kinderopvang. De GGD is bij wet de aangewezen toezichthouder. Het college heeft de GGD Groningen aangewezen om de kwaliteit van alle kinderopvanglocaties in de gemeente te inspecteren. De GGD controleert in opdracht van het college of kinderopvangorganisaties voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen. De Toezichthouder Kinderopvang van de GGD (hierna: de toezichthouder) legt haar bevindingen vast in een rapport en adviseert het college naar aanleiding van deze onderzoeken en brengt een (handhavings)advies uit. Op deze wijze werken de gemeente Eemsdelta en GGD Groningen samen aan kwalitatief goede kinderopvang.

Rechtspraak bij dit artikel