Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.1.

Nieuwe voorziening

Onderdeel van Beleidsregels gemeentelijke taken uitvoering Wet kinderopvang Eemsdelta 2021

Een nieuwe kinderopvangvoorziening mag pas in exploitatie genomen worden nadat schriftelijke toestemming is verleend door het college. Een aanvraag voor toestemming dient de houder in bij de gemeente waar de kinderopvangvoorziening staat. De beslistermijn is vastgelegd in de wet en is maximaal tien weken. Deze termijn kan in bepaalde situaties nog verlengd worden. Het is dus van belang dat de houder een aanvraag tijdig voor de gewenste startdatum indient. Een aanvraag wordt ingediend middels een door de rijksoverheid vastgesteld aanvraagformulier, te vinden op www.rijksoverheid.nl en www.landelijkregisterkinderopvang.nl. Bij het indienen van een aanvraag voor een nieuwe kinderopvangvoorziening worden leges in rekening gebracht. In het besluit waarin toestemming wordt verleend, staat de datum waarop de exploitatie mag starten. Als er toestemming is gegeven, wordt de voorziening vervolgens door de gemeente in het LRK geregistreerd. 5.1.1.Illegale kinderopvang Zonder, of voorafgaand aan de schriftelijke toestemming tot exploitatie mag een kinderopvangvoorziening niet geëxploiteerd worden. Indien dit toch gebeurt, wordt dit ook wel aangeduid met illegale kinderopvang. De gemeente treedt streng op tegen illegale opvang. Illegale opvang is op grond van de Wet op de economische delicten reden voor aangifte bij het Openbaar Ministerie. of het opleggen van een bestuurlijke boete door de gemeente. Ook bij een kinderopvangvoorziening waarvan de toestemming tot exploitatie is ingetrokken en die desondanks in exploitatie blijft, is sprake van illegale opvang met dezelfde gevolgen als hiervoor beschreven. 5.1.2.Streng aan de Poort De gemeente wil dat er direct vanaf de start van de exploitatie van een kindercentrum of voorziening voor gastouderopvang verantwoorde en kwalitatief goede opvang geboden wordt. Voor een gastouderbureau geldt dat deze direct vanaf de start de werkzaamheden zo moet kunnen uitvoeren dat zowel het gastouderbureau als de door het gastouderbureau te begeleiden gastouders aan de kwaliteitseisen voldoen. De gemeente laat daarom alle nieuwe aanvragen tot exploitatie uitgebreid toetsen door de GGD. De toezichthouder zal bij het onderzoek voor registratie toetsen of er voldoende vertrouwen is dat er vanaf datum van exploitatie kwalitatief goede opvang of begeleiding geboden wordt. Uitgangspunt hierbij is dat al bij de aanvraag tot exploitatie (voor zover mogelijk) alle eisen beoordeeld worden. Aanvullend kan een gesprek met de houder duidelijkheid geven over of hij ‘redelijkerwijs aan de kwaliteitseisen' zal gaan voldoen. Op basis van dit totale onderzoek vormt de toezichthouder een oordeel over de aanvraag tot exploitatie en stuurt dit naar de gemeente. De gemeente neemt in de beoordeling van de aanvraag de kwaliteit van andere kinderopvangvoorzieningen van de houder en de daarbij behorende handhavingshistorie mee. Voortdurende, ernstige en/of vele overtredingen op deze voorzieningen vormen een indicatie voor de naleving van de kwaliteitseisen op een nieuwe voorziening. Signalen buiten het advies van de toezichthouder kunnen eveneens meewegen in de beoordeling van de aanvraag. De gemeente kijkt, naast de beoordeling op de eisen vanuit de Wet kinderopvang, bij een nieuwe aanvraag ook naar andere vergunningen die van belang zijn voor de veiligheid en gezondheid van de op te vangen kinderen. De gemeente vindt het van groot belang dat wanneer een kinderopvangvoorziening start met exploiteren ook aan de andere gestelde eisen is voldaan, zoals bijvoorbeeld eisen aan het brandveilig gebruik, de bouw (het gebouw) en de bestemming. 5.1.3.Startdatum exploitatie Op basis van het onderzoek voor registratie neemt de gemeente een beslissing op de aanvraag. In de beslissing op de aanvraag wordt aangegeven vanaf welke datum de exploitatie mag starten op grond van de Wko. 5.1.4.Onderzoek na registratie Binnen drie maanden na de registratiedatum beoordeelt de toezichthouder of de kinderopvangvoorziening in de praktijk aan de kwaliteitseisen voldoet. Hierbij wordt met name gekeken naar de uitvoeringspraktijk van het veiligheids-, gezondheids- en pedagogisch beleid, de inzet van het personeel en de wijze waarop de kinderen worden opgevangen. 5.1.5. Mogelijkheden na afwijzing aanvraag tot exploitatie Wanneer een aanvraag tot exploitatie is afgewezen, kan de houder een nieuwe aanvraag indienen. Om een nieuwe aanvraag te kunnen indienen moet er sprake zijn van nieuwe feiten en omstandigheden. Deze moeten door de houder bij de nieuwe aanvraag worden vermeld. Alleen als dat het geval is, wordt een nieuwe aanvraag in behandeling genomen.

Rechtspraak bij dit artikel