**1..** Het college kan het besluit tot het verstrekken van een garantie, onverminderd het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, intrekken of wijzigen zolang de overeenkomst van geldgeverslening nog niet tot stand is gekomen in het geval van:
het door de geldnemer handelen in strijd met deze verordening en daaruit voortvloeiende uitvoeringsregelingen;
tekortkoming door de geldnemer in de nakoming van één of meer van zijn verplichtingen uit hoofde van enige overeenkomst van kredietverlening aan de geldnemer, gesloten met de gemeente of met een derde;
gehele of gedeeltelijke opschorting door de geldnemer van betalingen of het vervroegd opeisbaar worden van enige vordering op de geldnemer uit hoofde van enige overeenkomst van kredietverlening aan de geldnemer, gesloten met de gemeente of met een derde;
tekortkoming door een groepsmaatschappij van de geldnemer als bedoeld in artikel 2:24b BW in de nakoming van één of meer van haar verplichtingen uit hoofde van enige overeenkomst van kredietverlening, gesloten met de gemeente of met een derde, indien dit, naar het oordeel van de gemeente, een materieel nadelig effect heeft of waarschijnlijk is dat dit een materieel nadelig effect zal hebben op de verhaal positie van de gemeente;
eigen verzoek door de geldnemer tot verkrijging van surséance van betaling;
eigen aangifte door de geldnemer als bedoeld in artikel 1 van de Faillissementswet;
een vonnis van faillietverklaring van de geldnemer;
executoriaal beslag op een, naar het oordeel van de gemeente, wezenlijk bestanddeel van de goederen van de geldnemer;
conservatoir beslag op een, naar het oordeel van de gemeente, wezenlijk bestanddeel van de goederen van de geldnemer dat niet binnen een termijn van één maand na de beslaglegging is opgeheven;
ontbinding, opheffing, liquidatie of verlies van rechtspersoonlijkheid van de geldnemer;
een juridische fusie of splitsing door de geldnemer en/of de aankondiging door de geldnemer van de nederlegging van het voorstel tot fusie dan wel het voorstel tot splitsing;
een, naar oordeel van de gemeente, wezenlijke verslechtering van de financiële positie of verminderde kredietwaardigheid van de geldnemer die de gemeente gegronde vrees geeft dat het door de geldnemer uit hoofde van de overeenkomst van geldlening aan de geldgever verschuldigde niet of niet volledig zal worden voldaan;
het zich voordoen van één of meer van de hierboven onder lid e tot en met lid l genoemde omstandigheden ten aanzien van een groepsmaatschappij als bedoeld in artikel 2:24b BW die met de geldnemer in een groep is verbonden;
het zich voordoen van één of meer van de hierboven onder lid e tot en met lid l genoemde omstandigheden ten aanzien van een derde die zich jegens de gemeente, met betrekking tot de verplichtingen van de geldnemer, borg of garant heeft gesteld dan wel enige andere vorm van zekerheid heeft verstrekt;
het zich voordoen van één of meer van de hierboven onder lid e tot en met lid l genoemde omstandigheden ten aanzien van één of meer aandeelhouders van de geldnemer;
het zich voordoen van een gebeurtenis of reeks van gebeurtenissen die een materieel nadelig effect heeft of waarvan het naar het uitsluitend en redelijk oordeel van de gemeente waarschijnlijk is dat die een materieel nadelig effect zal hebben;
het door de geldnemer of een dochtermaatschappij van de geldnemer als bedoeld in artikel 2:24a BW zonder schriftelijke toestemming van de gemeente vervreemden (waaronder begrepen het in economisch eigendom overdragen) van een, naar oordeel van de gemeente, substantieel deel van zijn activa dan wel het zonder schriftelijke toestemming van de gemeente geheel of voor een aanmerkelijk deel in ander handen overgaan van de aandelen in het kapitaal van de geldnemer of een dochtermaatschappij van de geldnemer als bedoeld in artikel 2:24a BW;
het zonder schriftelijke toestemming van de gemeente onderbrengen van één of meer van de activiteiten van de geldnemer in een andere privaatrechtelijke rechtspersoon of vennootschap of in een publiekrechtelijke rechtspersoon of publiekrechtelijk lichaam;
het zonder schriftelijke toestemming van de gemeente aanbrengen van een wijziging in de statuten, interne organisatie- of bestuursregeling of andere constitutieve overeenkomst van de geldnemer, die, naar het oordeel van de gemeente de belangen van de gemeente kan schaden;
een naar het oordeel van de gemeente ingrijpende wijziging in de regelgeving met betrekking tot de financiering en/of exploitatie van de geldnemer;
het vervallen, tenietgaan of in waarde verminderen van door de geldnemer of door één of meer derden aan de gemeente verstrekte zekerheden;
het niet of niet langer rechtsgeldig of afdwingbaar zijn van bedongen zekerheden en/of het niet hebben van de tussen de gemeente en de geldnemer overeengekomen rang van het zekerheidsrecht;
het ontbreken van een goedkeurende verklaring van een naar het oordeel van de gemeente respectabele accountant (gecertificeerd) met betrekking tot de laatst vastgestelde jaarrekening van de geldnemer of de weigering van de accountant om een goedkeurende verklaring af te geven;
een garantieverlening die, naar het oordeel van de gemeente, de integriteit en/of de reputatie van de gemeente aantast of de relatie van de gemeente met derden schaadt dan wel het naar oordeel van de gemeente redelijkerwijs aanwezig zijn van dit risico;
het zich voordoen van een geval als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
Hoofdstuk 1 › Paragraaf 4
Artikel 13
Intrekking of wijziging van het besluit tot het verlenen van garantie
Onderdeel van Verordening Garantiestelling gemeente Bronckhorst