In artikel 9 van de Grondwet, waarin de vrijheid van vergadering en betoging is verankerd, is bepaald dat de wet regels kan stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden. Deze regels zijn opgenomen in de Wet openbare manifestaties (Wom). In de Wom is een helder onderscheid aangebracht in de bevoegdheden die toegekend zijn aan de gemeenteraad en aan de burgemeester. De raad kan regels stellen over de verplichting tot kennisgeving van een betoging. Deze regels zijn opgenomen in artikel 2.3 van de APV. Hierin is onder meer bepaald dat een betoging ten minste 48 uur van te voren ter kennis van de burgemeester moet worden gebracht. Vervolgens is het aan de burgemeester om naar aanleiding van de kennisgeving voorschriften en beperkingen stellen of een verbod geven.
Dit laatste (een verbod) is vanwege de grondwettelijk beschermde vrijheid van demonstratie een bevoegdheid waar uiterst terughoudend gebruik van wordt gemaakt. In Haarlem is nog nooit een demonstratie verboden. Uit jurisprudentie vloeit voort dat een demonstratie alleen verboden kan worden indien sprake is van ‘bestuurlijke overmacht’; dat wil zeggen als ordehandhaving een volstrekt disproportionele politie-inzet zal vergen.
Ook staat in de Wom de bevoegdheid om een demonstratie te beëindigen. Alle bevoegdheden van de burgemeester in de Wom kunnen slechts worden aangewend te bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden. De burgemeester mag bijvoorbeeld geen voorwaarden opleggen of een verbod geven ten aanzien van uitingen die tijdens de demonstratie kenbaar worden gemaakt vanwege het preventief censuurverbod.
Artikel 2.
De Wet openbare manifestaties
Onderdeel van Beleidsregel van de burgemeester van de gemeente Haarlem houdende regels omtrent demonstraties