Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden:
a zonder geldige vergunning;
b zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van de vergunning;
c in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften.
Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.